direct naar inhoud van 5.5 Externe veiligheid
Plan: Bedrijventerreinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP0300BT-oh04

5.5 Externe veiligheid

5.5.1 Algemeen

In het kader van de bestemmingsplanprocedure moet het aspect externe veiligheid onderzocht worden. Hierbij dienen de risico's in beeld gebracht te worden die het gevolg zijn van opslag, vervoer of verwerking van gevaarlijke stoffen. Risicobronnen zijn bijvoorbeeld vervoersassen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, buisleidingen en risicovolle inrichtingen.

Externe veiligheidsbeleid bestaat uit twee onderdelen: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. Hoe hoger het groepsrisico, hoe groter deze kans.

Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rond een risicobron. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek: de fN-curve. Deze curve geeft aan hoe groot de kans is op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers.

Binnen de plaatsgebonden risicocontouren bestaat een bepaald risico te overlijden als gevolg van een calamiteit. Binnen deze contouren gelden harde bouwrestricties. Deze restricties kunnen per risicobron verschillen.

De hoogte van het groepsrisico wordt niet alleen bepaald door de aard van de risicobron, maar ook door het aantal aanwezige personen binnen het invloedsgebied daarvan. Bij veel ruimtelijke besluiten moet de hoogte van dit groepsrisico verantwoord worden. Dit noemt men de verantwoordingsplicht van het groepsrisico.

5.5.2 Regelgeving / beleid

Externe veiligheidsbeleid is vastgelegd in verschillende besluiten en circulaires:

Risicovolle inrichtingen : Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)

Buisleidingen : Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)

Transportassen : circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (cRvgs)

In genoemde besluiten en de circulaire is vastgelegd dat geen kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen PR 10-6 contouren. Voor beperkt kwetsbare objecten is dit een richtwaarde. Tevens is groepsrisicoverantwoording verplicht wanneer binnen het invloedsgebied van één van de risicobronnen een ruimtelijk besluit genomen wordt. Voor transportassen geldt hierop een uitzondering: verantwoording van het groepsrisico is dan alleen verplicht wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Groepsrisicoverantwoording houdt in dat, naast de hoogte van het groepsrisico, enkele kwalitatieve elementen worden beschouwd zoals bestrijdbaarheid, zelfredzaamheid en mogelijke veiligheidsmaatregelen. Tevens dient de veiligheidsregio om advies gevraagd te worden.

Naar verwachting in 2013 worden voor spoorwegen, rijkswegen en waterwegen risicoplafonds wettelijk vastgesteld, het Basisnet genoemd. Het ontwerp Basisnet wordt momenteel behandeld in de Eerste Kamer. Anticiperend op het definitieve Basisnet zijn risicoafstanden en risicoplafonds uit het ontwerp Basisnet opgenomen in de nu geldende circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. De externe veiligheidsonderzoeken voor dit bestemmingsplan zijn uitgevoerd conform deze circulaire en anticiperen zodoende dus ook op het Basisnet. Ten aanzien van plasbrandaandachtsgebieden geldt dat deze nog niet zijn opgenomen in de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Hier wordt daarom nog niet op geanticipeerd.

5.5.3 Onderzoek

In en rond het plangebied bevinden zich de volgende risicobronnen:

  • A. Abbott;
  • B. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de Gooilandseweg;
  • C. Het Amsterdam-Rijnkanaal;
  • D. Het spoor;
  • E. Aardgastransportleidingen;
  • F. Chromefa;
  • G. Smit en Zonen;
  • H. het LPG-verkooppunt aan de Gooilandseweg;
  • I. RWZI Weesp
5.5.3.1 Abbott Healthcare

In het plangebied bevindt zich het farmaceutisch bedrijf Abbott Healthcare. Voor Abbott Healthcare is een risicoanalyse uitgevoerd in 2010 waarna in 2011 en 2012 aanvullend onderzoek is gedaan. Het onderzoek uit 2012 is opgenomen in bijlage 2. Hieruit is de onderstaande informatie verkregen.

Plaatsgebonden risico

De PR 10-6 contour van het bedrijf ligt volledig binnen de inrichtingsgrens. Daarmee wordt voldaan aan de norm voor het plaatsgebonden risico. De gehele inrichting van Abbott Healthcare wordt aangeduid als 'specifieke vorm van bedrijf - bevi', waarbij de risicovolle activiteiten van het bedrijf worden begrensd door de interne milieuzonering binnen de bedrijfsbestemming en door de bepaling dat de PR 10-6 contour niet buiten de inrichtingsgrens mag vallen.

Groepsrisico

De maximale effectafstand van Abbott Healthcare bedraagt 99 meter en wordt bepaald door de opslag van zoutzuurgas. Uit berekeningen blijkt dat het aantal mogelijke slachtoffers binnen een kans van 1×10-9/jaar lager is dan tien. De activiteiten van Abbott zorgen daarom niet voor een groepsrisico conform het Bevi. Het bedrijf is qua externe veiligheid dus geen relevante risicobron.

5.5.3.2 Vervoer van gevaarlijke stoffen over de Gooilandseweg

Over de N236 worden gevaarlijke stoffen vervoerd ter bevoorrading van risicovolle inrichtingen. Voor de weg zijn in het kader van de bestemmingsplanactualisaties in de gemeente Weesp risicoberekeningen uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 3.

Ook over andere wegen in en rond het plangebied kunnen gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Dit betreft grotendeels transporten die ook via de Gooilandseweg plaatsvinden en zodoende zijn meegenomen in de risicoanalyse van die weg. Het risico van de Gooilandseweg is dus ook maatgevend voor andere transportroutes (zoals de bevoorrading van Fina).

Plaatsgebonden risico

De N236 heeft geen PR 10-6 contour. Aan de eisen van het plaatsgebonden risico wordt dus voldaan.

Groepsrisico

Uit de uitgevoerde risicoberekeningen blijkt dat het groepsrisico van de weg onder de oriëntatiewaarde ligt. Ook is er geen sprake van toename van het groepsrisico omdat het bestemmingsplan conserverend is. Verantwoording van het groepsrisico is daarom niet verplicht.

5.5.3.3 Het Amsterdam-Rijnkanaal (ARK)

In de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen zijn voor waterwegen vaste veiligheidsafstanden (PR 10-6 contouren) en risicoplafonds voor berekening van het groepsrisico genoemd.

Plaatsgebonden risico

In de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is opgenomen dat het Amsterdam-Rijnkanaal geen PR 10-6 contour buiten de oeverlijn heeft. Aan de eisen van het plaatsgebonden risico wordt dus voldaan.

Groepsrisico

Voor het Amsterdam-Rijnkanaal (in de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen gecategoriseerd als "zwarte route") geldt dat groepsrisicoberekening- en verantwoording alleen relevant is wanneer de bevolkingsdichtheid in de directe omgeving hoger is dan 1500 pers./ha. dubbelzijdig of 2250 pers./ha. enkelzijdig (Eindconcept Basisnet Water).

Gezien de directe omgeving van het Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van het plangebied (voornamelijk bedrijventerrein met een gemiddelde personendichtheid) worden deze personendichtheden niet gehaald. Het Amsterdam-Rijnkanaal heeft dus geen relevant groepsrisico.

5.5.3.4 Het spoor

In het noordelijk deel van het plangebied bevindt zich de spoorlijn Amsterdam-Weesp.

Sinds de laatste wijziging van de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (20 juli 2012) zijn hierin vaste PR 10-6 contouren en risicoplafonds voor berekening van het groepsrisico vastgelegd.

Plaatsgebonden risico

Uit de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen volgt een PR 10-6 contour van maximaal 7 meter ter hoogte van het plangebied. Hierbinnen bevinden zich geen kwetsbare objecten. Op de verbeelding is daartoe een gebiedsaanduiding opgenomen (veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen). Het plaatsgebonden risico vormt dus geen knelpunt.

Groepsrisico

Het risicoplafond van de spoorlijnen ter hoogte van het plangebied is vastgesteld op basis van de volgende vervoersaantallen:

Stof   Wagons/jaar   Invloedsgebied  
A, brandbaar gas   1440   460 meter  
B2, toxische gassen   910   995 meter  
B3, zeer toxische gassen   0   >4000 meter  
C3, zeer brandbare vloeistof   6020   35 meter  
D3, toxische vloeistof   1110   375 meter  
D4, zeer toxische vloeistof   180   >4000 meter  

Voor de spoorlijn zijn risicoberekeningen uitgevoerd in het kader van de ontwikkelingen van Leeuwenveld III en IV. Uit deze berekening blijkt dat het groepsrisico van de spoorlijn ruim onder de oriëntatiewaarde ligt.

Ook is er geen sprake van toename omdat het een conserverend bestemmingsplan betreft. Verantwoording van het groepsrisico is daarom niet verplicht.

5.5.3.5 Hogedruk-aardgastransportleidingen

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van enkele hogedruk aardgastransportleidingen van de Gasunie. Voor de leidingen zijn risicoberekeningen uitgevoerd om de externe veiligheidssituatie in beeld te brengen. Tevens zijn de resultaten van de berekeningen getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen. In deze paragraaf worden de resultaten van het onderzoek samengevat. Het volledig onderzoek is opgenomen in Bijlage 4.

Plaatsgebonden risico

Leiding W-534-39 heeft een PR 10-6 contour die gedeeltelijk over het plangebied ligt. Binnen deze contour sluit het bestemmingsplan kwetsbare objecten uit middels de gebiedsaanduiding "veiligheidszone - bevi". Aan de eisen van het plaatsgebonden risico wordt dus voldaan.

Groepsrisico

Uit de groepsrisicoberekeningen blijkt dat de leidingen die bij het plangebied liggen geen relevant groepsrisico hebben. Verantwoording van het groepsrisico is daarom niet aan de orde.

5.5.3.5.1 Chromefa

In het plangebied ligt het bedrijf Chromefa. Het bedrijf heeft een vergunning voor het in werking hebben van een cyanidebad van meer dan 100 liter. Het bedrijf valt daardoor onder het Bevi.

Ten aanzien van dergelijke bedrijven heeft het RIVM aangetoond dat deze niet leiden tot externe veiligheidsrisico's1 . Het bedrijf is qua externe veiligheid dus geen relevante risicobron.

5.5.3.6 Smit en zonen

Het bedrijf Smit en Zonen is gelegen op het bedrijventerrein Nijverheidslaan. Het bedrijf valt in verband met een vergunning voor opslag van gevaarlijke stoffen onder het Bevi.

De feitelijke bedrijfsvoering is echter zodanig dat het bedrijf onder de Bevi-grens valt. Het bedrijf is momenteel in een vergevorderd stadium voor het aanvragen van een omgevingsvergunning. Naar verwachting valt het bedrijf op basis van de nieuwe situatie niet meer onder het Bevi.

Voor deze bestemmingsplanprocedure is uitgegaan van zowel de huidige als toekomstige vergunning van Smit en Zonen.

Plaatsgebonden risico

Op basis van de vergunde situatie heeft Smit en Zonen een PR 10-6 contour van 85 meter. Deze contour valt binnen het gebied dat in het bestemmingsplan de aanduiding "veiligheidszone-Bevi" heeft. Hierbinnen zijn geen kwetsbare objecten toegestaan. Aan de eisen van het plaatsgebonden risico wordt dus voldaan.

In de toekomstige situatie neemt het plaatsgebonden risico naar verwachting af. Wanneer dit niet het geval is, wordt in het kader van de vergunningverlening getoetst aan het plaatsgebonden risico. In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen dat de PR 10-6 contour niet buiten de "veiligheidszone-Bevi" mag vallen.

Groepsrisico

Voor Smit en Zonen is geen groepsrisicoberekening beschikbaar. Reden hiervoor is dat de bedrijfsactiviteiten die risicoberekeningen conform het Bevi noodzakelijk maken feitelijk gestaakt zijn en naar verwachting op korte termijn ook niet meer vergund zijn. Wel kan de hoogte van het groepsrisico kwalitatief worden ingeschat op basis van gebiedstypen binnen het invloedsgebied.

Het invloedsgebied van Smit en Zonen is conform bijlage 2 van het Revi 930 meter.

Het gebied binnen deze contour bestaan voor ca. 80% uit buitengebied met een (zeer) lage personendichtheid. De andere ca. 20% bestaat uit het bedrijventerrein Nijverheidslaan en (op ruim 550 meter afstand) een woonwijk. Deze beide gebiedstypen hebben een gemiddelde personendichtheid. Op basis van deze omgevingssituatie kan er vanuit worden gegaan dat het groepsrisico van de vergunde situatie relatief laag is, in ieder geval (ruim) onder de oriëntatiewaarde.

Dit laat onverlet dat formeel groepsrisicoverantwoording verplicht is. In het kader van deze groepsrisicoverantwoording wordt advies ingewonnen bij de veiligheidsregio en worden de onderdelen van groepsrisicoverantwoording beschouwd.

5.5.3.7 LPG-verkooppunt aan de Gooilandseweg

In de nabijheid van het plangebied, aan de Gooilandseweg 2, is het Automobielbedrijf Kost B.V. met een LPG-tankstation gelegen. De PR 10-6 contour en het invloedsgebied van dit LPG-tankstation zijn gedeeltelijk over het plangebied gelegen.

Plaatsgebonden risico

De PR 10-6 contour van het LPG-tankstation is 110 meter. Hierbinnen maakt het bestemmingsplan geen kwetsbare objecten mogelijk. De gebouwen van Abbott zijn onderdeel van een Bevi-inrichting en conform het Bevi niet kwetsbaar. Er zijn dus geen knelpunten met het plaatsgebonden risico.

Momenteel wordt de doorzet van het LPG tankstation middels een vergunningprocedure beperkt tot 999 m3. De PR 10-6 contour zal dan afnemen tot 45 meter. Tevens wordt naar verwachting in 2013 het Bevi aangepast waarna de PR 10-6 contour verder afneemt tot 35 meter.

Groepsrisico

Het invloedsgebied van het LPG-tankstation is 150 meter, dit ligt gedeeltelijk over het plangebied. In 2008 is in het kader van bestemmingsplanactualisatie Landelijk Gebied Westzijde een groepsrisicoberekening uitgevoerd (rapport: Groepsrisico LPG-tankstation van Automobielbedrijf Kost B.V. te Weesp). Het volledig onderzoeksrapport is opgenomen in Bijlage 5.

Uit deze groepsrisicoberekening blijkt dat de oriëntatiewaarde licht wordt overschreden. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de aanwezigheid van de kantine van Solvay in de nabijheid van het LPG-tankstation (beiden buiten het plangebied gelegen).

Bij de uitgevoerde groepsrisicoberekening zijn de "convenantmaatregelen" (hittewerende coating en verbeterde vulslang) niet meegenomen. Omdat deze maatregelen feitelijk wel doorgevoerd zijn, is het werkelijke groepsrisico van het LPG-tankstation aanzienlijk lager (ruim onder de oriëntatiewaarde).

Omdat het plangebied binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation ligt is conform het Bevi verantwoording van het groepsrisico verplicht. In het kader van deze groepsrisicoverantwoording wordt advies ingewonnen bij de veiligheidsregio en worden de onderdelen van groepsrisicoverantwoording beschouwd.

5.5.3.8 RWZI Weesp

In het plangebied ligt RWZI Weesp. De rioolwaterzuiveringsinstallatie heeft een bovengrondse opslag van biogas van 150m3. Uit het milieudossier volgt dat deze opslag geen risicoafstanden buiten de inrichtingsgrens heeft. Ook valt het bedrijf niet onder het Bevi. Groepsrisicoberekening en -verantwoording is daarom niet aan de orde.

5.5.4 Groepsrisicoverantwoording

Zoals gesteld in de vorige paragraaf is groepsrisicoverantwoording verplicht ten aanzien van Smit en Zonen en het LPG tankstation Kost BV. Groepsrisicoverantwoording houdt in dat, naast de hoogte van het groepsrisico, kwalitatieve elementen zoals mogelijke veiligheidsmaatregelen, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid worden beschouwd.

Algemeen

Smit en zonen

Smit heeft een vergunning voor de opslag van gevaarlijke stoffen. Het maatgevend scenario is het vrijkomen van toxische producten na brand. Dodelijke slachtoffers kunnen, afhankelijk van de weersgesteldheid, vallen tot op ongeveer 930 meter.

Het invloedsgebied van Smit bestaat voor ongeveer 80 procent uit buitengebied met een lage personendichtheid. De overige 20% bestaat uit het bedrijventerrein rond de Nijverheidslaan en (op ruim 550 meter afstand) een woonwijk. Deze beide gebiedstypen hebben een gemiddelde personendichtheid. Op basis van de beschreven omgevingssituatie kan er vanuit worden gegaan dat het groepsrisico van de vergunde situatie relatief laag is, in ieder geval (ruim) onder de oriëntatiewaarde. Omdat het plan conserverend van aard is, zal het groepsrisico niet toenemen.

LPG tankstation Kost

Het rampscenario bij een LPG tankstation is een BLEVE. Dit is een explosie van de opslagtank met LPG of de LPG-tankwagen. Het wettelijk invloedsgebied van een dergelijke calamiteit is 150 meter, het plangebied ligt hier binnen.

Binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation bevindt zich een gedeelte van het naastgelegen bedrijf Abbott. Verder bevinden zich binnen het invloedsgebied een restaurant en een agrarisch bedrijf.

Door het aanwezige restaurant en de kantine van Abbott geldt dat sprake is van een piek in de aanwezigheid van personen. Naast deze twee objecten bevindt zich binnen het invloedsgebied van het LPG tankstation voornamelijk agrarisch gebied.

Het groepsrisico van het LPG tankstation is relatief hoog door de aanwezigheid van de kantine van Abbott. Omdat het plan conserverend van aard is, zal het groepsrisico niet toenemen.

Mogelijke veiligheidsmaatregelen

De meest effectieve veiligheidsmaatregelen zijn maatregelen aan de risicobron zelf Voor bedrijven wordt hieraan invulling gegeven via de omgevingsvergunning. Bronmaatregelen voor transport zijn niet door de gemeente te beïnvloeden.

Smit en Zonen

Thans is een nieuwe omgevingsvergunning voor het bedrijf Smit en Zonen in voorbereiding. De huidig vergunde situatie kent reeds een aanvaardbare veiligheidssituatie. Omdat de feitelijke situatie een hoger beschermingsniveau kent, wordt de nieuwe vergunning hiermee in overeenstemming gebracht.

Ruimtelijke veiligheidmaatregelen zijn in het bestemmingsplan verwerkt door bij het bedrijf Smit een "Bevi-zone" op te nemen. De (toekomstige) PR 10-6 contour van Smit moet binnen deze zone blijven. Kwetsbare objecten zijn hierbinnen uitgesloten.

Ten aanzien van LPG tankstation Kost geldt dat veiligheidsmaatregelen aan de bron reeds genomen zijn in het kader van het "LPG convenant" (hittewerende coating op LPG tankwagens). Hierdoor is het groepsrisico aanzienlijk lager dan hetgeen berekend is in de QRA van het LPG tankstation. Het werkelijke risico van het LPG tankstation is dus aanzienlijk lager. Verdere veiligheidsmaatregelen aan de bron worden daarom niet nodig geacht.

Zelfredzaamheid

Zelfredzaamheid is de mate waarin personen binnen het invloedsgebied van de inrichting in staat zijn zichzelf in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Binnen het invloedsgebied van de inrichtingen zijn in dit bestemmingsplan geen bestemmingen opgenomen die een structureel verblijf van groepen beperkt zelfredzame personen (zoals ziekenhuizen en verzorgingshuizen) mogelijk maken. Wel is (incidentele) aanwezigheid van beperkt zelfredzame personen mogelijk bij één van de bedrijven of horecagelegenheden. Ontvluchting vanuit genoemde objecten in geval van een calamiteit is mogelijk via wegen die van de risicobron aflopen. Zelfredzaamheid wordt daarom voldoende geacht.

Bestrijdbaarheid

Ten aanzien van de bestrijdbaarheid is advies ingewonnen bij de veiligheidsregio. Hierbij zijn geen nadere knelpunten ten aanzien van bestrijdbaarheid naar voren gekomen. Formeel advies van de veiligheidsregio zal worden ingewonnen bij de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan .

5.5.5 Conclusie

In en rond het plangebied bevinden zich meerdere risicobronnen: vervoer over weg, water en spoor, diverse risicovolle inrichtingen en hogedruk aardgastransportleidingen. In het kader van dit bestemmingsplan zijn de diverse risicobronnen beschouwd conform desbetreffende wet- en regelgeving.

Plaatsgebonden risico

Het bestemmingsplan maakt geen kwetsbare objecten mogelijk binnen de PR 10-6 contour/veiligheidszone van de risicobronnen. Hiertoe zijn in het bestemmingsplan "veiligheidszones" opgenomen. Aan de eisen van het plaatsgebonden risico wordt dus voldaan.

Groepsrisico

Groepsrisicoverantwoording is verplicht ten aanzien het LPG tankstation en Smit en zonen. Verplichtte onderdelen van de groepsrisicoverantwoording zijn beschouwd, waarbij is geconcludeerd dat geen extra veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn. Het restrisico wordt geaccepteerd. Formeel advies van de veiligheidsregio wordt ingewonnen bij de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan.

Ook ten aanzien van de buisleidingen is formeel verantwoording van het groepsrisico verplicht. Ten aanzien van de aanwezige buisleidingen geldt echter dat deze geen groepsrisico hebben. Verantwoording van het groepsrisico kan daardoor beperkt blijven tot de constatering dat het risico acceptabel is. Veiligheidsmaatregelen zijn daarom niet realistisch en de onderdelen van groepsrisicoverantwoording worden daarom niet verder ingevuld.

Ten aanzien van het spoor, het kanaal en de N236 is verantwoording van het groepsrisico niet verplicht omdat er geen sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.