direct naar inhoud van 5.2 Archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie
Plan: Bedrijventerreinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP0300BT-oh04

5.2 Archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie

5.2.1 Archeologie

Regelgeving

Het verdrag van Malta regelt de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Nederland heeft dit verdrag geratificeerd en geïmplementeerd in de Monumentenwet. Op 1 september 2007 is de wet als onderdeel van de Monumentenwet in werking getreden. Bij ruimtelijke ingrepen worden de archeologische belangen in een vroeg stadium in de planvorming betrokken. Uitgangspunt bij de zorg voor archeologische waarden is het behoud in de bodem ter plekke en planologische bescherming van waardevolle archeologische vindplaatsen. Verder geldt het “veroorzakerprincipe”. Dit principe houdt in dat degene die de ingreep pleegt financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of voor een behoorlijk onderzoek van eventueel aanwezige archeologische waarden. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische materiaal in de bodem (in situ), omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering.

Onderzoek

Voor de gemeente Weesp is in september 2011 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek staan beschreven in het rapport 'Bureauonderzoek ter onderbouwing van het bestemmingsplan Landelijk gebied oost en historische kern Weesp'. Eerder is voor het landelijk gebied ten westen van de Vecht een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd (januari 2009). Het onderzoek van september 2011 sluit hier op aan. Tevens is in 2011 de Erfgoedverordening van de gemeente Weesp vastgesteld.

Eind 2012 is voor de gemeente Weesp het archeologisch beleid opnieuw bekeken omdat de beschikbare bronnen te weinig houvast bieden voor het uitvoeren van gericht gemeentelijk beleid. In Bijlage 1 Onderzoek archeologie is het rapport opgenomen.

Voor de gehele gemeente zijn de verwachtingen op archeologische vondsten bepaald aan de hand van de ontstaansgeschiedenis van Weesp en de landschappelijke en aardkundige kenmerken. Door de toepassing van kennis over de landschappelijke ligging van (pre)historische nederzettingen in het algemeen is het mogelijk gebieden te begrenzen waar geen archeologische vindplaatsen bekend zijn maar waar ze verwacht kunnen worden. Bij het analyseren van deze verwachtingen wordt gebruik gemaakt van geomorfologische, bodemkundige en hydrologische kenmerken in combinatie met al bekende archeologische gegevens. Zo worden gebieden begrensd met hoge, middelhoge en lage archeologische verwachting, waarbij in de gebieden met een hoge archeologische verwachting de kwantiteit aan archeologische waarden het hoogst is. Een lage archeologische verwachting wil niet zeggen dat er geen archeologische waarden zijn maar dat er vermoedelijk weinig zullen zijn en dat de spreiding groot is en de onderlinge samenhang klein.
De analyse heeft geleid tot een kaart met de volgende archeologische verwachtingen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0457.BP0300BT-oh04_0010.jpg"

Afbeelding 5.1: Archeologische verwachtingen gemeente Weesp

De archeologische verwachtingszones van de kaart met archeologische verwachtingen zijn vertaald naar een beleidskaart met daarop de specifieke zones en bijbehorende beleidsmaatregelen. Deze kaart geeft een schematisch inzicht in de maatregelen die nodig zijn voor de zorg voor het archeologisch erfgoed binnen bepaalde zones of locaties in Weesp.

afbeelding "i_NL.IMRO.0457.BP0300BT-oh04_0011.jpg"

Afbeelding 5.2: Archeologische beleidszones gemeente Weesp

Voor de bedrijventerreinen zijn 5 onderscheiden zones van toepassing:

Zone 1: beschermde monumenten en bekende vindplaatsen in het buitengebied

Zone 3: historische assen

Zone 4: hoge verwachting buitengebied (dit betreft de gebieden met een hoge verwachting buiten de historische kern van Weesp)

Zone 7: lage verwachting

Zone 8: middelhoge verwachting waterbodem

Vertaling naar bestemmingsregeling

Per zone is er eigen beleid geformuleerd waarbij het beschermingsniveau aansluit bij de verwachtingswaarde. Gebieden waar een lage of negatieve verwachting geldt (zone 7) komt in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan niet terug. Voor die gronden gelden geen extra beperkingen vanuit het archeologisch beleid. Wel is er, als gevolg van de Monumentenwet, de meldingsplicht in geval er tijdens de uitvoering van werkzaamheden archeologische sporen en/of vondsten worden aangetroffen. Dat houdt in dat de aanwezigheid van bodemvondsten ouder dan 50 jaar aan de gemeente gemeld moeten worden, zodat in gezamenlijk overleg maatregelen getroffen kunnen worden tot berging of documentatie van de vondsten.

Zone 1, de bekende vindplaatsen en monumenten worden in het bestemmingsplan ook niet afzonderlijk beschermd. Het beschermingsregime uit die zone en de wettelijke bescherming op grond van de Monumentenwet, biedt de bescherming voor deze gronden.

Het beschermingsniveau per zone, die wel in het bestemmingsplan terugkomen, is in afzonderlijke bestemmingen vertaald. Hierdoor kunnen de benodigde maatregelen ter bescherming van de verwachtingswaarden worden toegepast. In de bestemmingsplannen zijn de gewaardeerde zones als volgt vertaald naar bestemmingen:

zone   beschrijving   bestemming  
zone 1   beschermde monumenten en bekende vindplaatsen   -  
zone 2   historische kern   Waarde - Archeologie-1  
zone 3   historische assen   Waarde - Archeologie-2  
zone 4   hoge verwachting   Waarde - Archeologie-3  
zone 5   middelhoge verwachting   Waarde - Archeologie-4  
zone 6   middelhoge verwachting   Waarde - Archeologie-5  
zone 7   lage verwachting   -  
zone 8   middelhoge verwachting waterbodem   Waarde - Archeologie-6  
zone 9   negatieve verwachting   -  

Conclusie

De bescherming van archeologische Rijksmonumenten vloeit rechtstreeks voort uit de Monumentenwet. In het onderhavige bestemmingsplan zijn de archeologische waarden, zoals weergegeven op afbeelding 5.2, opgenomen op de verbeelding en verwerkt in de regels. Voor elk zone is een aparte dubbelbestemming Waarde-Archeologie opgenomen om de onderscheiden verschillen te borgen. De zones met lage en negatieve verwachting zijn niet middels een dubbelbestemming vastgelegd.

5.2.2 Aardkundige waarden

Regelgeving

Bescherming voor de aardkundige monumenten is vastgelegd in de provinciale Milieuverordening (tranche 7, hoofdstuk 6). In de Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (PRVS) wordt gesteld dat voor de gebieden die binnen de aanduiding 'Aardkundig monument' of 'Aardkundig waardevol gebied' zijn gelegen in de toelichting moet worden opgenomen op welke wijze in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de voorkomende bijzondere aardkundige waarden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0457.BP0300BT-oh04_0012.jpg"

Figuur 5.3 Aardkundige waarden (bron: geo.noord-holland.nl/pmv/start_pmv.html)

Resultaat en conclusie

Conform het provinciale beleid heeft het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan 'bedrijventerreinen' geen aardkundige waarden (figuur 5.2).

5.2.3 Cultuurhistorie

Regelgeving

Ter uitvoering van de eerste pijler van modernisering van de Monumentenwet (MoMo) is onder andere het Besluit ruimtelijke ordening aangepast. Per 1 januari 2012 schrijft artikel 3.1.6, tweede lid, onder a, Bro voor dat gemeenten in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving geven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden.

De Rijksoverheid wil er met deze wetgeving voor zorgen dat er in de monumentenzorg niet alleen oog is voor het monument zelf, maar ook voor de omgeving ervan en het gebied op zichzelf: het zogenaamde gebiedsgerichte erfgoedbeleid. De 5 prioriteiten in het gebiedsgerichte erfgoedbeleid van het kabinet worden in paragraaf 2.1.3 genoemd.

Algemeen

De inrichting van een landschap wordt gekenmerkt door historische structuurlijnen en de cultuurhistorische objecten. Historische structuurlijnen zijn bijvoorbeeld de waterwegen en de spoorlijnen die de regio overstijgen. Maar daarnaast gaat het ook om de kavelstructuren zoals sloten, vaarten, dijken, wegen en beplantingslijnen. De cultuurhistorische objecten vullen het landschap verder in, het gaat vaak om gebouwen zoals boerderijen, molens, forten en kerken. Wat ze gemeen hebben is dat ze bepalend zijn voor de identiteit van een gemeente. Dit is ook geval in Weesp.

De benoeming en bescherming van zowel de structuurlijnen als cultuurhistorische objecten gebeurt op rijksniveau, provinciaal niveau en gemeentelijk niveau. Zo zijn daar de nationale landschappen, het rijksbeschermde stadsgezicht, de militaire structuren rond Weesp, de waterwegen, het landelijk gebied met de boerderijen en de rijks,- provinciale- en gemeentelijke monumenten. Of een gebied of object van landelijk belang of van gemeentelijk belang is. Zij vertellen allen een deel van de ontstaansgeschiedenis en de hedendaagse verschijningsvorm van Weesp: namelijk een nederzetting aan de Vecht dat al sinds het midden van de Ijzertijd bewoond wordt.

Gemeente Weesp valt in diverse nationale landschappen. Dit zijn het Groene Hart, de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De laatste twee hebben alles te maken met de vesting Weesp. Weesp maakt deel uit van de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. De forten Ossenmarkt en Uitermeer, de schansen, de bunkers en schootsvelden maken deel uit van deze militaire structuren. Vesting Weesp is tevens aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht. Het bestemmingsplan is erop gericht om zoveel mogelijk van deze militaire geschiedenis levend te houden door de cultuurhistorische objecten te behouden. Om dit te bewerkstelligen heeft de gemeente een planregel opgenomen (voor objecten met cultuurhistorische waarden), waarbij in het geval van sloop altijd moet worden aangetoond of de cultuurhistorische waarde van het object en zijn omgeving hiermee niet wordt aangetast.

Resultaat

De onlangs door de provincie opgestelde "Informatiekaart landschap en cultuurhistorie" geeft informatie over onder andere cultuurhistorische objecten, molens en militaire structuren en betreft een herziening van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW).

Ieder bedrijventerrein kent een eigen karakter ook wat betreft de cultuurhistorische waarden. Nijverheidslaan is het bedrijventerrein met de meeste diversiteit. Het omvat naast bedrijven, ook woningen en de begraafplaats Landscroon. Eén bouwblok daarvan is aangewezen als karakteristiek pand.

Landscroon is de oudste begraafplaats in Weesp, daarvoor werden de doden in de kerk begraven. Het is gevestigd op het terrein van het voormalige landgoed Landscroon. Er is een vermelding uit 1664 waarin 'de hofstede van den Heer Hasselaer, genaemt Lantscroon, geleegen tusschen Muyden en Weesp' wordt genoemd. De gemeente heeft de grond aangekocht en tussen 1828 en 1829 het herenhuis en de bijbehorende boerderij gesloopt en een van de twee vijvers gedempt. In januari 1829 begon de eerste aanleg; de eerste begrafenis vond plaats in januari 1830. Er is op de begraafplaats een algemeen en rooms katholiek gedeelte. De begraafplaats is diverse keren uitgebreid. Op dit moment worden er geen nieuwe graven meer uitgegeven. Op de begraafplaats is onder andere de familie Van Houten begraven.

Industriepark Van Houten is in de negentiende eeuw ontstaan door de vestiging van de cacaofabriek van de heer C.J. van Houten. Een van de fabriekspanden van toen is bewaard gebleven en aangewezen als gemeentelijk monument. In de directe nabijheid van het fabrieksterrein langs het Smal Weesp en het kanaal staan diverse woningen waaronder een rijksmonument en een gemaal. Dit is een provinciaal monument.

Industrieterrein Noord is het meest uniforme bedrijventerrein en redelijk nieuw ten opzichte van de andere twee bedrijventerreinen. Er zijn hier geen objecten geïnventariseerd die nadere bescherming behoeven.

 

Tot slot ligt direct buiten het plangebied een molen. Wat betreft de molen heeft de provincie als beleidslijn opgenomen dat in het ruimtelijke ordeningsbeleid gemeenten zoveel mogelijk rekening moeten houden met de 'molenbiotoop'. In verband met de windvang en het weren van storende visuele elementen, dient buiten bestaand bebouwd gebied de vrije ruimte rond molens gehandhaafd te blijven.

Voor het bedrijventerrein is feitelijk de vrije windvang van de molen al danig verstoord. de bestaande bebouwing en de mogelijkheden voor bedrijven om hun activiteiten aldaar te realiseren zijn niet verenigbaar met het beschermingsbeleid van de provincie ten aanzien van de molen. De bestaande belangen van de bedrijven stelt de gemeente boven het beschermingsbeleid van de molen. Dat betekent dat de molenbiotoop niet wordt opgenomen op de gronden van dit bestemmingsplan. Op het aangrenzende bestemmingsplan Stedelijk Gebied geldt de molenbiotoop wel omdat daar de feitelijke en juridisch-planologische situatie minder in strijd zijn met de uitgangspunten van het beleid.

Conclusie

De gemeente Weesp heeft een inventarisatie uitgevoerd naar de op haar grondgebied aanwezige beeldbepalende panden en cultuurhistorische waarden. Uit de inventarisatie blijkt welke cultuurhistorische kwaliteiten in de bestemmingsplannen worden vastgelegd en welke specifieke bescherming daarbij hoort. Voor het bestemmingsplan Bedrijventerreinen zijn geen waarden van cultuurhistorie aangemerkt. Derhalve zijn in dit bestemmingsplan geen cultuurhistorische waarden opgenomen.

De beschermingszone rondom de molen is vanwege te grote ruimtelijke beperkingen ten aanzien van de bestaande juridisch-planologische situatie niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Voor de gronden buiten het bestemmingsplan is de molenbiotoop wel in het bestemmingsplan Stedelijk Gebied opgenomen voor het garanderen van de vrije windvang overeenkomstig de beleidslijn van de provincie.