direct naar inhoud van 2.4 Gemeentelijk beleid
Plan: Bedrijventerreinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP0300BT-oh04

2.4 Gemeentelijk beleid

2.4.1 Structuurvisie Weesp 2030

De structuurvisie Weesp 2030 is vastgesteld op 31 augustus 2001 door de gemeenteraad van Weesp. Met deze visie heeft de gemeente als doel de hoofdlijnen van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling te schetsen van het gehele gemeentelijke grondgebied.

De stad Weesp telt zo'n 18.000 inwoners. De komende jaren zal dit aantal licht toenemen tot ongeveer 20.000 inwoners in 2030. Weesp zelf is monofunctioneel en verouderd en dus ligt de opgave voor de gemeente in het transformeren van het stedelijk gebied en het kwalitatief verbeteren van het landelijk gebied. In de structuurvisie wordt met name ingespeeld op het belang van de kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad.

De algemene doelen die in de structuurvisie staan beschreven luiden als volgt:

  • versterken van de identiteit van de drie omliggende groene zeeën;
  • Weesp aan de Vecht promoten;
  • de uitstraling van de binnenstad versterken;
  • differentiatie van woonmilieus;
  • hoogwaardige bedrijvigheid.

De industrie in Weesp kenmerkt zich door grootschaligheid, laagwaardigheid en een laag aantal arbeidsplaatsen per m2. De bedrijventerreinen vormen enclaves op zich met weinig uitstraling.

Aangezien de structuurvisie Weesp 2030 op vele onderdelen inmiddels is verouderd, wordt een nieuwe structuurvisie (op basis van de Wet ruimtelijke ordening) opgesteld. Deze wordt naar verwachting in 2013 vastgesteld. De nieuwe structuurvisie wordt niet meegenomen in dit bestemmingsplan, aangezien de structuurvisie naar verwachting later vastgesteld wordt dan dit bestemmingsplan.

Het specifieke beleid aangaande de bedrijventerreinen binnen de gemeente Weesp staat beschreven in de 'Structuurvisie bedrijventerreinen'. In paragraaf 2.4.2 wordt hier nader op ingegaan.

Daadkrachtig bouwen: Op weg naar een vitale en weerbare economie

In april 2006 heeft de gemeente Weesp de visie Van Droom naar Daadkracht vastgesteld als leidraad om de herstructurering en transformatie in gang te zetten van zowel bedrijventerrein Noord als ook de Nijverheidslaan.

Vanuit het basisuitgangspunt 'de overheid initieert en faciliteert terwijl het bedrijfsleven investeert' is de haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling in beeld gebracht. De visie moet nader inzicht geven in de wijze waarop de herstructurering en transformatie gerealiseerd kan worden. De organisatie en de financiering staan daarbij centraal.

De in provinciaal en regionaal beleid aangegeven ambities ten aanzien van efficiënt bouwen werken op gemeentelijk niveau door in het beleidsstuk 'Daadkrachtig bouwen'. De beoogde transformatie van de Nijverheidslaan tot een woongebied, en de gedeeltelijke transformatie van het Rijnkadegebied tot een woon- en werkmilieu vallen binnen de geschetste toekomstvisie voor Weesp. En ook de herontwikkeling van de Domeinenlocatie en de spoorzone hebben plaats in de visie.

Vanwege het conserverende karakter van het bestemmingsplan zijn deze ontwikkelingen niet verankerd in dit bestemmingsplan.

2.4.2 Structuurvisie bedrijventerreinen Weesp

Op 9 december 2010 is de Structuurvisie bedrijventerreinen Weesp door de gemeenteraad van Weesp vastgesteld. In de gemeente Weest zijn qua bedrijventerreinen vier verschillende gebieden te onderkennen, ieder met een eigen geschiedenis en karakteristiek: het Industriepark Van Houten, bedrijventerrein Nijverheidslaan, bedrijventerrein Rijnkade en het bedrijventerrein Noord. De laatste jaren kampten verschillende terreinen met leegstand, oorzaak hiervoor is enerzijds een trend van schaalverkleining en intensivering van bedrijven. Anderzijds is een gemis aan een helder profiel een oorzaak. De Structuurvisie verklaart dat er behoefte is aan een gedegen visie op de toekomst, op het vaststellen van een heldere richting die basis en leidraad kan vormen voor de geleidelijke transformatie van Weesp naar een dynamische en hoogwaardige woon- en werkstad.

De visie betreft het gewenste toekomstbeeld voor de bedrijventerreinen Nijverheidslaan, Rijnkade/Amstellandlaan en Noord. Het industriepark Van Houten heeft een geheel eigen dynamiek en ontwikkelingsgeschiedenis en blijft daarom in de structuurvisie buiten beschouwing. In figuur 2.2 zijn de terreinen weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0457.BP0300BT-oh04_0004.jpg"

Figuur 2.2: Situering en grootte bedrijventerreinen

De gemeente Weesp heeft de structuurvisie opgesteld met als eerste doel het vastleggen van het wettelijk kader. De structuurvisie geeft inzicht in de ruimtelijke ontwikkelingsrichting die de gemeente voor ogen heeft en vormt de basis voor de op te stellen bestemmingsplannen. Het tweede doel is het inspireren en stimuleren van de markt, om te komen met een creatieve vertaling en invulling van de gebieden, waarbij de gemeente actief zal faciliteren.

In de structuurvisie zijn de beoogde ontwikkelingen per terrein aangegeven, welke economische activiteiten het meest kansrijk zijn en de gemeente die tracht te faciliteren en te verleiden. Vertrekpunt is waar mogelijk het behouden en versterken van de bestaande bedrijven.

Voor elk bedrijventerrein is een ontwikkelingsstrategie geformuleerd. Waarbij het voor de gemeente belangrijk is om alle bedrijven te behouden en ruimte te bieden voor verdere ontwikkeling en individuele versterking en ontplooiing. Voor het bedrijventerrein Noord is dit revitalisering en herprofilering. Dit houdt in dat geleidelijk de concentratie steeds meer op Noord moet komen te liggen, omdat hier de beste kansen voor intensivering en het uitbouwen van de werkgelegenheid liggen. Voor de Rijnkade en Nijverheidslaan is de ontwikkelingsstrategie 'transformatie'. Voor de Rijnkade resulteert dit in wens tot geleidelijke transformatie van extensieve bedrijvigheid naar een intensief en gemengd stedelijk milieu met wonen, werken en recreatie. Voor de Nijverheidslaan geldt eveneens een transformatieopgave door de veroudering en verrommeling van het terrein. In figuur 2.3 zijn deze ontwikkelingsstrategieën weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0457.BP0300BT-oh04_0005.jpg"

Figuur 2.3: Principe: concentratie en transformatie

De uitgangspunten van de Structuurvisie zijn waar mogelijk vertaald in het bestemmingsplan, waarbij in acht genomen is dat het een conserverend bestemmingsplan is. Grote ontwikkelingen zijn niet meegenomen in het bestemmingsplan, maar wel bijvoorbeeld perifere detailhandel langs de Hogeweyselaan.

2.4.3 Nota detailhandel

In 2007 is de Nota Detailhandel vastgesteld. Het doel is het vastleggen van een ruimtelijk-economisch perspectief van de gewenste toekomstige ontwikkeling van de winkelstructuur in de gemeente Weesp en het uitwerken van het kaderstellend beleid van de Centrumvisie op het gebied van de detailhandelsstructuur in de gemeente Weesp.

In principe wordt geen detailhandel toegestaan op bedrijventerreinen. Wel bieden de huidige bestemmingsplannen de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen voor detailhandel in volumineuze goederen (auto's, boten, caravans etc.) en brandgevaarlijke, explosieve en milieuverstorende goederen.

De gemeente kondigt in de nota aan dat het beleid bij de actualisatie van het bestemmingsplan enigszins zal worden verruimd. Zo wil de gemeente beperkt ruimte geven aan grootschalige detailhandel, zoals bouwmarkten en tuincentra. Met de ontwikkeling van de Bloemendalerpolder zal een grotere behoefte ontstaan aan dergelijke grootschalige detailhandel. Bovendien wil de gemeente het bestemmingsplan verruimen voor de vestiging van e-commerce. Het beleid voor detailhandel op bedrijventerreinen zal uitgewerkt worden ter voorbereiding op de totstandkoming van het nieuwe bestemmingsplan bedrijventerrein.

2.4.4 Beleidsnotitie Detailhandel Bedrijventerrein Noord

In de beleidsnotitie Detailhandel Bedrijventerrein Noord wordt nader ingegaan op de verruiming van de beleidsregels voor detailhandel op bedrijventerrein Noord. De nota dient enerzijds als toetsingskader voor concrete verzoeken en anderzijds als evaluatiekader voor het uiteindelijk in het bestemmingsplan vast te leggen beleid. Met het verruimen van de vestigingsmogelijkheden (toestaan van meerdere categorieën detailhandel), met name op bedrijventerrein Noord, worden de volgende effecten beoogd:

  • beperken huidige leegstand (voorzien in behoefte);
  • meer dynamiek en kwaliteitsimpulsen voor de beoogde herstructurering;
  • verbetering ruimtelijke uitstraling (consumentgerichte bedrijvigheid gevoelig voor presentatie);
  • voorkomen van detailhandel in het Kernwinkelapparaat binnenstad, die daar naar aard en omvang niet past;
  • versterken van voorzieningenniveau totale gemeente (beperken koopkrachtafvloeiing, ook met het oog op de toekomstige bebouwing van de Bloemendalerpolder).

Uitgangspunt hierbij is dat de verruiming van detailhandelsmogelijkheden op het bedrijventerrein niet mag conflicteren met het streven naar behoud en versterking van het Kernwinkelapparaat in de binnenstad en de positie van winkelcentrum Hogewey.

In de beleidsnotitie wordt ingegaan op twee hoofdgroepen van detailhandel die buiten de traditionele detailhandelsconcentraties zijn te onderscheiden: detailhandel in volumineuze goederen (PDV: perifere detailhandelsvestigingen) en grootschalige detailhandel (GDV) die qua oppervlakte grootschalig is, maar geen volumineus assortiment kent.

Detailhandel in volumineuze goederen (PDV)

Hieronder wordt detailhandel verstaan in goederen, die naar aard en omvang (volumineus) zijn aangewezen op een groot ruimtebeslag. Situering hiervan in bijvoorbeeld de binnenstad is niet gewenst en/of haalbaar. De onder de bestaande regeling vallende goederen (zoals auto's, boten, caravans, motoren en machines voor bedrijven, bouwmaterialen) maken hier deel van uit. Met de verruiming van het beleid worden ook de branches meubels, woninginrichting (mits aard goederen dit rechtvaardigt), bouwmarkten, keukens en sanitair en vergelijkbare branches, alsmede tuincentra toegestaan. Bij deze nieuwe vormen van detailhandel dient de verkoopvloeroppervlakte minimaal 500 m2 te bedragen ter waarborging voor louter aanvulling (complementariteit) ten opzichte van de in de bestaande aankoopplaatsen gevestigde winkels.

Grootschalige detailhandel (GDV)

Bij het toestaan van grootschalige detailhandel dient voorkomen te worden dat deze een (oneerlijke) concurrerende uitwerking heeft op de winkels in de bestaande aankoopplaatsen en zou leiden tot een duurzame ontwrichting. Grootschalige detailhandel in de foodsector (zoals grootschalige supermarkten) wordt met de verruiming niet beoogd. Om de complementaire werking ten opzichte van de huidige aankoopplaatsen tot uitdrukking te brengen zal het verkoopvloeroppervlak van een bedrijf met grootschalige detailhandel in de non-foodsector minimaal 1.500 m2 dienen te bedragen. Tevens worden de vestigingslocaties beperkt tot het gebied ten noorden van de Bloemendalerweg en het direct aansluitende terrein van de Hogeweyselaan. Nieuwvestiging is uitsluitend toegestaan indien uit distributie-planologisch onderzoek (dpo) blijkt dat er geen sprake zal zijn van een duurzame ontwrichting van de bestaande aankoopplaatsen. Voorts dient er regionale afstemming plaats te vinden.

Naast deze twee hoofdgroepen worden ook andere vormen niet-traditionele detailhandelsvestigingen onderscheiden: detailhandel in brand- en explosiegevaarlijke en milieuverstorende goederen die niet in traditionele woon-winkelgebieden gewenst is, productiegebonden detailhandel, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie en nieuwere vormen als internetbedrijven.

2.4.5 Welstandsnota Weesp

De welstandsnota van de gemeente Weesp is 13 mei 2004 vastgesteld door de gemeenteraad. In 2008 heeft een evaluatie van de welstandsnota plaatsgevonden, die geleid heeft tot de 1ste herziening in 2009. Deze is d.d. 27 mei 2010 door de gemeenteraad vastgesteld.

Het doel van de welstandsnota is gericht op het handhaven en versterken van een algemeen gewaardeerde woon-, werk- en leefomgeving, met een open oog voor veranderde omstandigheden en het onderkennen van nieuwe ontwikkelingen. Met het opstellen van een welstandsnota wordt verantwoording afgelegd over de aard, inhoud en maatschappelijke relevantie van de door de gemeente gekozen vorm en het ambitieniveau van het welstandstoezicht.

Er is geen specifiek beleid opgenomen voor de bedrijventerreinen in Weesp.

2.4.6 Gemeentelijk waterbeleid

Op verzoek van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) is alle waterinformatie in een aparte waterparagraaf opgenomen (paragraaf 5.8). Paragraaf 5.8 'Water' omvat tevens het beleidskader voor water, op gemeentelijk niveau betreft dit het 'Gemeentelijk Rioleringsplan Weesp (versie III 2007-2012).

2.4.7 Beleidsnota hogere waarden Wet geluidhinder

Het doel van het beleid is het vaststellen van een transparant en consistent toetsingskader waaraan bij een hogere waarde procedure wordt getoetst.

De gemeente vindt een goed woonklimaat (waaronder zo min mogelijk geluidsoverlast) belangrijk voor haar inwoners. Daarnaast vindt de gemeente het belangrijk dat ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig belemmerd worden. Er moet dus een balans zijn tussen de bescherming van het goede woonklimaat en het kunnen doorgaan van ruimtelijke ontwikkelingen.

Het voorliggende bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Er behoeven dan ook geen hogere grenswaarden te worden vastgesteld. Op het moment dat afgeweken wordt van dit bestemmingsplan, kan de beleidsnota handvatten bieden bij het verlenen van (een) hogere waarde(n).

2.4.8 Beleid GSM antennes

Het beleid aangaande GSM antennes is vastgesteld op 14 april 2000 door de gemeenteraad. Hierin verwoordt de gemeente haar uitgangspunten die gehanteerd worden bij de beoordeling van een bouwaanvraag voor antenne-installaties voor mobiele communicatie. De uitgangspunten zijn:

  • zoveel mogelijke gecombineerde plaatsing op hoge (niet zijnde cultuurhistorisch waardevolle) gebouwen of andere bouwwerken in het stedelijk gebied, met uitzondering van het beschermd stadsgezicht, en bij voorkeur niet direct zichtbaar vanaf de openbare weg. In de overige gevallen heeft plaatsing midden op het dak de voorkeur, op of nabij een liftschacht;
  • de afstand van de antenne tot de dichtstbijzijnde woonruimte en andere normaal door mensen te gebruiken ruimten dient verticaal minimaal 3 en horizontaal minimaal 10 meter te bedragen (deze maat is gebaseerd op richtlijn 'milieuzonering'). Indien berekende of gemeten veldsterkten in relatie tot bijvoorbeeld de door de Gezondheidsraad geformuleerde dan wel te formuleren limietwaarden dit nodig mochten maken, dan dienen grotere afstanden aangehouden te worden;
  • indien plaatsing op hoge gebouwen niet haalbaar is, dan heeft een bedrijfslocatie de voorkeur boven woongebied. Bij noodzakelijk (aangetoonde) plaatsing in het landelijk gebied dient aansluiting gezocht te worden bij bestaande elementen met inachtneming van landschappelijke en natuurwaarden;
  • het aanzien van de antenne-installaties dient onopvallend te zijn, reclame-uitingen en felle kleuren zijn niet toegedaan. Uiteraard zal toetsing plaatsvinden aan redelijke eisen van welstand;
  • afwijken van deze uitgangspunten ten behoeve van het goed functioneren van het telefoonverkeer is mogelijk, mits in voldoende mate onderbouwd en de te beschermen waarden niet evenredig worden of kunnen worden aangetast.

Wanneer binnen het plangebied een GSM antenne geplaatst wordt, dient deze te voldoen aan de hierboven genoemde uitgangspunten. In het bestemmingsplan zijn algemene bouwregels opgenomen om GSM-masten mogelijk te maken.

2.4.9 Beleidsvisie Externe veiligheid Gooi- en Vechtstreek

Het opstellen van deze visie is gebeurd in het kader van het Programma externe veiligheid 2006- 2010. Dit gezamenlijke programma van het Gewest, de Brandweer en de gemeenten van de Gooi- en Vechtstreek is erop gericht de uitvoering van externe veiligheid op een adequaat niveau te brengen.

De visie gaat uit van het karakter van de regio Gooi- en Vechtstreek. Dat karakter is vooral dat de Gooi- en Vechtstreek een groen woongebied is, waar geen plaats is voor zware bedrijven met veel risico's. Deze beleidsvisie sluit daarbij aan door uit te gaan van de volgende uitgangspunten:

  • de nadruk ligt op het bieden van een veilige woonomgeving;
  • er moet ruimte zijn voor bedrijvigheid met en het vervoer van gevaarlijke stoffen;
  • de risico's moeten zoveel als mogelijk worden beperkt, afhankelijk van de functie van een gebied;
  • incidenten ten gevolge van activiteiten met gevaarlijke stoffen met een grote maatschappelijke ontwrichting tot gevolg vinden we niet acceptabel;
  • de aard van de bedrijvigheid en de risico's die dat met zich meebrengt moet passen in het karakter van de regio. Het vestigingsbeleid en het locatiebeleid worden daarop aangepast.

Deze beleidsvisie maakt een onderscheid tussen bestaande en nieuwe activiteiten. De gemeenteraad van de gemeente Weesp heeft ervoor gekozen dit onderscheid te maken. Nieuwe activiteiten zullen moeten voldoen aan het beleid zoals dat in de visie is neergelegd. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat bedrijven met gevaarlijke stoffen die zich willen vestigen in de Gooi- en Vechtstreek dat alleen mogen doen op de bedrijventerreinen die als ontwikkelingsgebied zijn aangewezen. Echter, bestaande of reeds geprojecteerde situaties waarin niet wordt voldaan aan de ambities van deze visie worden niet gesaneerd. Het beleid voor bestaande situaties is erop gericht de gewenste situatie op termijn te bereiken, bijvoorbeeld door uit te gaan van het stand still beginsel op de bedrijventerreinen die als beheersgebied zijn aangewezen.

In en om het gebied zijn enkele inrichtingen aanwezig die van invloed zijn op de externe veiligheid. Het betreft bestaande situaties die in stand worden gehouden. Het gaat om de tankstations met LPG langs de Gooilandseweg en de spoorwegverbinding Amsterdam-Lelystad.

2.4.10 Klimaatbeleid

In het klimaatprogramma 2008/9-2012 van de gemeente Weesp wordt uiteengezet welke ambities de gemeente Weesp heeft met betrekking tot klimaatbeleid, welke activiteiten worden uitgevoerd om deze ambities te realiseren en op welke wijze gebruik zal worden gemaakt van de financiële ondersteuning die de rijksoverheid en de provincie ter beschikking hebben gesteld.

Relevant in het kader van dit bestemmingsplan is het project 'beleidsmatige inbedding'. Dit houdt zoveel in dat het klimaatbeleid wordt geïmplementeerd bij actualisatie van sectoraal beleid, het ruimtelijke ordeningsbeleid daaronder begrepen. In dat kader zijn in dit bestemmingsplan regels opgenomen die kleinschalige energievoorzieningen mogelijk maken op de bedrijventerreinen. Daarbij kan gedacht worden aan kleinschalige windmolens.

2.4.11 Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan Weesp

Het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan (hierna: GVVP) dateert uit oktober 2007. Het GVVP beschrijft het integrale verkeers- en vervoerbeleid en levert een toetsingskader voor alle verkeers- en vervoervraagstukken in de gemeente Weesp.

Hierin worden accenten gelegd op de verschillende vervoerwijzen. Op basis van deze visie kunnen belangenafwegingen worden gemaakt en verkeersmaatregelen worden bepaald. Ontwikkelingen in Weesp waaronder de Bloemendalerpolder roepen de vraag op hoe de toekomstige mobiliteitsontwikkeling op passende wijze kan worden beïnvloed, gereguleerd en gefaciliteerd. Het GVVP dient antwoord te geven op de vraag welke koers de gemeente Weesp daarin zal volgen. Met andere woorden: welke beleidsinspanningen en welke (infrastructurele) maatregelen zijn nodig om de mobiliteit in Weesp de komende vijftien jaar in goede banen te leiden?

Drie thema's worden als leidraad beschreven in het plan: bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Ook parkeren wordt als een apart thema behandeld in het plan. Het beleid ten aanzien van de bedrijventerreinen wordt per thema behandeld.