direct naar inhoud van Artikel 5 Bedrijventerrein - 1
Plan: Bedrijventerreinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP0300BT-oh04

Artikel 5 Bedrijventerrein - 1

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijfsactiviteiten als genoemd in bijlage 2 (Staat van Bedrijfsactiviteiten), met uitzondering van de categorie├źn logies-, maaltijden- en drankenverstrekking, onderwijs, gezondheid- en welzijnszorg, cultuur, sport en recreatie en overige dienstverlening, met dien verstande dat:
    • 1. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2', uitsluitend bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 2 zijn toegestaan;
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.1', uitsluitend bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 3.1 zijn toegestaan;
    • 3. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2', uitsluitend bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 3.2 zijn toegestaan;
    • 4. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.1', uitsluitend bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 4.1 zijn toegestaan;
    • 5. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 4.2', uitsluitend bedrijfsactiviteiten tot en met categorie 4.2 zijn toegestaan;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', tevens het wonen in een bedrijfswoning, inclusief een aan huis gebonden beroep of bedrijf, zoals bepaald in lid 22.2;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel perifeer', tevens perifere detailhandel;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel grootschalig', tevens grootschalige detailhandel;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg', tevens de opslag en verkoop van motorbrandstoffen, met uitzondering van lpg, en aanverwante artikelen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bevi': een bevi-inrichting;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'sportcentrum', tevens een sport- en/of fitnesscentrum;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'horeca', tevens horeca van categorie 3a, zoals genoemd in bijlage 1 Horeca-categorisering;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - kinderopvang': kinderopvang in de vorm van een kinderdagverblijf dan wel naschoolse opvang;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'kantoor', tevens een zelfstandig functionerend kantoor;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'praktijkruimte', tevens een praktijkruimte;
  • l. e-commerce
  • m. facility point;
  • n. horeca als ondergeschikt onderdeel bij de bedrijfsactiviteiten;
  • o. met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitingswegen, paden, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, los- en laadwallen en voorzieningen voor de opwekking van duurzame energie;

met dien verstande dat:

  • p. bedrijfskantoren zijn toegestaan en de vloeroppervlakte ten hoogste 30% bedraagt van het bruto vloeroppervlak van het bedrijfspand;
  • q. zelfstandige kantoren zijn toegestaan, met dien verstande dat het brutovloeroppervlak niet meer dan 500 m2 mag zijn, tenzij de bestaande oppervlakte reeds groter is;
  • r. Bevi-inrichtingen uitsluitend zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bevi';
  • s. vuurwerkbedrijven niet zijn toegestaan;
  • t. Wgh-inrichtingen niet zijn toegestaan;
  • u. inrichtingen die zijn genoemd in bijlage C en D van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 niet zijn toegestaan, met uitzondering van bestaande inrichtingen;
  • v. voor perifere detailhandelsvestigingen geldt dat het winkelvloeroppervlak ten minste 500 m2 dient te bedragen;
  • w. voor grootschalige detailhandelsvestigingen geldt dat het winkelvloeroppervlak ten minste 1.500 m2 dient te bedragen.
5.2 Bouwregels

Op of in de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, ten dienste van de in dat lid genoemde bestemming, met dien verstande dat:

5.2.1 Gebouwen
  • a. gebouwen uitsluitend zijn toegestaan binnen een bouwvlak;
  • b. het bouwvlak mag voor 100% worden bebouwd;
  • c. in afwijking van het bepaalde onder b het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'nutsbedrijf' niet meer dan 50% mag zijn;
  • d. de oppervlakte van ieder bouwperceel niet minder dan 1.000 m2 mag zijn;
  • e. over het hele bouwvlak ondergronds mag worden gebouwd met een verticale diepte van niet meer dan 4 m;
  • f. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 10 m mag zijn;
  • g. in afwijking van het bepaalde onder f de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ter plaatse van de aanduiding 'nutsbedrijf' niet meer dan de bouwhoogte van gebouwen mag zijn;
  • h. de hoogte van bedrijfsgebouwen met bovengelegen bedrijfswoningen niet meer dan 15 m mag zijn;
  • i. de inhoud van een bedrijfswoning niet meer dan 700 m3 mag zijn;
  • j. bij elke bedrijfswoning een bijgebouw is toegestaan met een grondoppervlak van niet meer dan 30 m2 en een goothoogte van niet meer dan 2,5 m;
  • k. geparkeerd wordt op eigen terrein waarbij de parkeernormen gelden, zoals opgenomen in bijlage 3 Parkeernormen, en waarbij parkeren op het dak en ondergronds is toegestaan;
  • l. de afstand van gebouwen tot de perceelsgrenzen niet minder dan 3 m mag zijn.
5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 3 m mag zijn;
  • b. de bouwhoogte van kleinschalige duurzame energietechnieken niet meer dan 7 m mag zijn, gemeten vanaf de plaatsingshoogte;
  • c. in aanvulling op het bepaalde onder b gelden voor kleinschalige windturbines de volgende regels:
    • 1. een kleine windturbine met wieken is vrijstaand toegestaan; andere kleine windturbines zijn op platte daken van gebouwen of vrijstaand op een mast toegestaan;
    • 2. de bouwhoogte van een kleine windturbine, inclusief de tip van de rotor, bedraagt niet meer dan 15 meter; van een kleine windturbine met verticale as bedraagt de rotordiameter niet meer dan 5 m; van een niet-wiekturbine bedraagt de rotordiameter niet meer dan 2 meter;
    • 3. de bouwhoogte van een kleine windturbine op een gebouw lager dan 10 meter bedraagt niet meer dan de helft van de bouwhoogte van het gebouw; bij hogere gebouwen bedraagt de bouwhoogte van een kleine windturbine niet meer dan een derde van de bouwhoogte van een gebouw;
    • 4. de afstand van een kleine windturbine tot de perceelsgrens bedraagt ten minste 15 meter;
  • d. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer zijn dan de bouwhoogte van gebouwen.
5.3 Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Afwijken

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • a. lid 5.2.1 sub f voor een bouwhoogte van gebouwen van 15 m en een bouwhoogte van andere bouwwerken van 20 m;
  • b. lid 5.2.1 sub k voor het verlagen van de parkeernorm onder de voorwaarde dat op een andere ruimtelijk acceptabele wijze voldaan wordt aan de parkeerbehoefte en dat de noodzaak aangetoond wordt;
  • c. lid 5.2.1 sub l voor het bouwen op de perceelsgrenzen.
5.3.2 Afwegingskader

Een in lid 5.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. het woon- en leefklimaat;
  • b. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • f. de sociale veiligheid;
  • g. de externe veiligheid.
5.4 Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Strijdig gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:

  • a. bewoning van bedrijfsruimten;
  • b. het gebruik van gronden als staanplaats voor onderkomens en als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen, materialen en producten, tenzij dit noodzakelijk is in verband met de ter plaatse gevestigde bedrijvigheid of het normale beheer en onderhoud van de gronden en gebouwen;
  • c. het uitbreiden van het vloeroppervlak, de capaciteit en/of het veranderen van de aard van bestaande Bevi-inrichtingen op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - Bevi', waardoor het PR 10-6 contour buiten de inrichtingsgrens komt te liggen;
  • d. zelfstandige horeca;
  • e. detailhandel, met uitzondering van de in lid 5.1 genoemde detailhandel;
  • f. zelfstandige kantoren met een brutovloeroppervlak van meer dan 500 m2.
5.4.2 Parkeernormen

Op of in de in lid 5.1 bedoelde gronden gelden de parkeernormen, zoals opgenomen in bijlage 3 Parkeernormen.

5.4.3 Nieuwvestiging perifere en grootschalige detailhandel

Nieuwvestiging van perifere en grootschalige detailhandelsvestigingen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel perifeer' respectievelijk 'detailhandel grootschalig', met dien verstande dat:

  • a. het verkoopvloeroppervlak van een perifere detailhandelsvestiging ten minste 500 m2 bedraagt;
  • b. het verkoopvloeroppervlak van een grootschalige detailhandelsvestiging ten minste 1.500 m2 bedraagt.
5.5 Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Afwijken

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • a. lid 5.1 voor het toestaan van kinderdagverblijven, partycentra, TV-opnamestudio's en vergelijkbare functies, met dien verstande dat voor zover gelegen binnen het invloedsgebied van een externe veiligheidsbron het bepaalde in sub 5.5.1 onder c van toepassing is;
  • b. lid 5.1 voor het toestaan van bedrijven die niet zijn genoemd in bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten of die volgens bijlage 2 Staat van Bedrijfsactiviteiten, van een hogere categorie zijn, voorzover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de reeds toegelaten categorie, met dien verstande dat:
    • 1. Bevi-inrichtingen niet zijn toegestaan;
    • 2. vuurwerkbedrijven niet zijn toegestaan;
    • 3. Wgh-inrichtingen niet zijn toegestaan;
  • c. lid 5.1 voor het toestaan van Bevi-inrichtingen, met dien verstande dat de PR 10-6 contour binnen de inrichtingsgrens valt;
  • d. lid 5.1 voor het toestaan van bedrijven in de categorie├źn logies-, maaltijden- en drankenverstrekking, onderwijs, gezondheid- en welzijnszorg, cultuur, sport en recreatie en overige dienstverlening, met uitzondering van kappers en schoonheidsinstituten;
  • e. lid 5.4.2 voor het verlagen van de parkeernorm onder de voorwaarde dat op een andere ruimtelijk acceptabele wijze voldaan wordt aan de parkeerbehoefte en dat de noodzaak aangetoond wordt;
  • f. lid 5.4.1 sub c en toestaan dat de PR 10-6 contour van een bevi-inrichting buiten de inrichtingsgrens komt te liggen voor zover samenvallend met de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer', Verkeer - Railverkeer' en/of 'Water'.
5.5.2 Afwegingskader

Een in lid 5.5.1 sub a, b, c en f genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. het woon- en leefklimaat;
  • b. het straat- en bebouwingsbeeld;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de verkeersveiligheid;
  • e. de parkeersituatie;
  • f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • g. de sociale veiligheid;
  • h. de externe veiligheid.