direct naar inhoud van Artikel 10 Kantoor
Plan: Bedrijventerreinen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP0300BT-oh04

Artikel 10 Kantoor

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. kantoren;
  • b. ondergeschikte horeca;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'praktijkruimte', tevens een praktijkruimte;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - kinderopvang', tevens een kinderopvangcentrum;
  • e. met de daarbijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, verhardingen,erven, tuinen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige doeleinden.
10.2 Bouwregels

Op of in de in lid 10.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, ten dienste van de in dat lid genoemde bestemming, met dien verstande dat:

10.2.1 Gebouwen
  • a. gebouwen uitsluitend zijn toegestaan binnen een bouwvlak;
  • b. de oppervlakte van gebouwen niet meer dan de bestaande oppervlakte mag zijn;
  • c. de bouwhoogte van gebouwen niet meer dan 15 m mag zijn;
  • d. geparkeerd wordt op eigen terrein waarbij de parkeernormen gelden, zoals opgenomen in bijlage 3 Parkeernormen.
10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer dan 3 m mag zijn;
  • b. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer zijn dan de bouwhoogte van gebouwen.
10.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • a. lid 10.2 sub b voor het vergroten van de oppervlakte van gebouwen met niet meer dan 15% en met inachtneming van lid 10.2 sub a;
  • b. lid 10.2 sub c voor een bouwhoogte van niet meer dan 20 m;
  • c. lid 10.2 sub f voor het verlagen van de parkeernorm onder de voorwaarde dat op een andere ruimtelijk acceptabele wijze voldaan wordt aan de parkeerbehoefte en dat de noodzaak aangetoond wordt.
10.4 Specifieke gebruiksregels
10.4.1 Parkeernormen

Op of in de in lid 10.1 bedoelde gronden gelden de parkeernormen, zoals opgenomen in bijlage 3 Parkeernormen.

10.5 Afwijken van de gebruiksregels
10.5.1 Afwijken

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:

  • a. lid 10.1 voor het toestaan van praktijkruimten;
  • b. lid 10.4.1 voor het verlagen van de parkeernorm onder de voorwaarde dat op een andere ruimtelijk acceptabele wijze voldaan wordt aan de parkeerbehoefte en dat de noodzaak aangetoond wordt.
10.5.2 Afwegingskader

Een in lid 10.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. de milieusituatie;
  • b. de parkeersituatie;
  • c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • d. de externe veiligheid.