direct naar inhoud van 5.9 Externe veiligheid
Plan: Leeuwenveld III en IV
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01

5.9 Externe veiligheid

5.9.1 Algemeen

In het kader van de bestemmingsplanprocedure moet het aspect externe veiligheid onderzocht worden. Hierbij dienen de risico's in beeld gebracht te worden die het gevolg zijn van opslag, vervoer of verwerking van gevaarlijke stoffen. Risicobronnen zijn bijvoorbeeld vervoersassen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, buisleidingen en risicovolle inrichtingen.

Externe veiligheidsbeleid bestaat uit twee onderdelen: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. Hoe hoger het groepsrisico, hoe groter deze kans.

Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rond een risicobron. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek: de fN-curve. Deze curve geeft aan hoe groot de kans is op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers. De plaatsgebonden risicocontouren en de fN-curve zijn weergegeven in afbeelding 5.5.

afbeelding "i_NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01_0016.png"

Afbeelding 5.5: Plaatsgebonden risicocontouren en fN-curve

Binnen de plaatsgebonden risicocontouren bestaat een bepaald risico te overlijden als gevolg van een calamiteit. Binnen deze contouren gelden harde bouwrestricties. Deze restricties kunnen per risicobron verschillen.

De hoogte van het groepsrisico wordt niet alleen bepaald door de aard van de risicobron, maar ook door het aantal aanwezige personen binnen het invloedsgebied daarvan. Bij veel ruimtelijke besluiten moet de hoogte van dit groepsrisico verantwoord worden. Dit noemt men de verantwoordingsplicht van het groepsrisico.

5.9.2 Regelgeving

Besluit externe veiligheid

Sinds 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van kracht. Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtig risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. In artikel 2, lid 1 van het Bevi is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven en wat wordt verstaan onder (beperkt) kwetsbare objecten.

Uit het Bevi en de richtlijnen voor vervoer gevaarlijke stoffen vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico's in het projectgebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico's dienen te worden beoordeeld op het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet een verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

Besluit externe veiligheid buisleidingen

Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Bevb brengt het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen op dezelfde lijn als het beleid voor inrichtingen en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hier geldt eveneens een grenswaarde en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico alsmede een verantwoordingsplicht ten aanzien van het groepsrisico voor het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening. Voor de verantwoordingsplicht is een onderscheid gemaakt tussen het 100%-letaliteitsgebied en het 1%-letaliteitsgebied. Binnen eerstgenoemd gebied geldt een uitgebreide verantwoordingsplicht, in laatstgenoemd gebied dient alleen bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid beschouwd te worden. Een bestemmingsplan geeft de ligging weer van de in het plangebied aanwezige buisleidingen alsmede de daarbij behorende belemmeringenstrook ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. De belemmeringenstrook bedraagt ten minste vijf meter aan weerszijden van een buisleiding gemeten vanuit het hart van de buisleiding.

Wijziging 'Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen'

In de wijziging van de 'Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen' (CRvgs), gepubliceerd op 21 december 2009 in de Staatscourant, is ingespeeld op de ontwikkelingen rondom basisnet Weg en basisnet Water. De ontwikkelingen rondom Basisnet Spoor zijn sinds de publicatie op 13-7-2012 ook doorgevoerd (Bijlage 4) . Veranderingen die vanwege de ontwikkelingen omtrent Basisnet Weg en Water zijn doorgevoerd, betreffen de volgende:

  • berekeningen van PR 10-6/jr.-contouren voor (rijks)wegen zijn niet meer nodig, aangezien veiligheidszones in bijlage 5 van de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen zijn gegeven die als plaatsvervangend voor de PR 10-6/jr.-contouren gelden;
  • bij vaarwegen is een onderscheid gemaakt tussen 'rode' en 'zwarte' vaarwegen afhankelijk van het type schip dat over deze vaarweg stoffen vervoert. In bijlage 6 is dit onderscheid gemaakt en tevens aangegeven welke transporthoeveelheden dienen te worden gehanteerd bij risicoberekeningen. Deze aantallen zijn zo gekozen dat ze geen PR 10-6/jr.-contour veroorzaken die buiten de vaarweg is gelegen. Vaarwegen die niet in de bijlage worden genoemd, hebben geen noemenswaardige risicocontouren;
  • Bij de berekening van het groepsrisico voor zowel Weg als Water dienen de getallen uit respectievelijk bijlage 5 en 6 te worden gebruikt. In het geval van de Weg wordt alleen nog gebruik gemaakt van de hoeveelheden LPG.

5.9.3 Onderzoek

In de rapportage 'Onderzoek EV Leeuwenveld III en IV' is het aspect Externe Veiligheid in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling nader beschouwd. De volledige rapportage is als Bijlage 8 opgenomen bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Hieronder staan de belangrijkste resultaten weergegeven.

In de omgeving van het plangebied kunnen risicobronnen met betrekking tot de externe veiligheid aanwezig zijn. Daarbij wordt gekeken naar de aanwezigheid van de volgende risicovolle activiteiten:

  • Transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water;
  • Hogedruk aardgasleidingen en K1,K2,K3-vloeistofleidingen;
  • Inrichtingen, welke onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen.

De volgende bronnen zijn op voorhand bekend:

  • 1. Transport van LPG over de Leeuwenveldseweg ten behoeve van het LPG tankstation;
  • 2. het Total LPG tankstation aan de Leeuwenveldseweg;
  • 3. Vervoer gevaarlijke stoffen over het spoor Amsterdam-Weesp ten zuidwesten van de planlocatie;
  • 4. Inrichting Abbott Healthcare Products B.V ten zuiden van de planlocatie;
  • 5. Hogedruk aardgastransportleidingen in Bloemendalerpolder;
  • 6. Het BEVI bedrijf A. Smit & Zonen b.v.

ad 1) Een weg binnen de bebouwde kom heeft conform de bijlage van het concept Handleiding Risicoanalyse Transport (paragraaf 1.2.4) geen 10-6 contour. De transportaantallen liggen dusdanig laag dat met betrekking tot het groepsrisico de 10% van de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. De transportroute is voor de ontwikkeling niet relevant.

ad 2) Het LPG tankstation heeft een invloedsgebied van 150 meter. De PR 10-6 contour van het LPG-tankstation is 45 meter, gemeten vanaf het vulpunt. Binnen de 45 meter zijn geen kwetsbare objecten gelegen. Het PR vormt geen belemmering.

ad 3) De spoorlijn is een relevante risicobron en moet beschouwd worden binnen de verantwoording van het groepsrisico. Uit de QRA is gebleken dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde ligt en iets toeneemt door de planontwikkeling. De spoorlijn is niet belemmerend, maar wel relevant. De verantwoording van het GR is van toepassing.

ad 4) De inrichting Abbott Healthcare Products B.V ligt op circa 1200 meter afstand van het plangebied. De effectsafstand is 1600 meter. Deze inrichting is daarmee een relevante risicobron voor het plangebied, de verantwoording van het GR is van toepassing.

ad 5) De hogedruk aardgastransportleidingen in de Bloemendalerpolder hebben een invloedsgebied dat niet over het plangebied valt. De leidingen zijn daarmee geen relevante risicobronnen voor het plangebied.

ad 6) Het BEVI bedrijf A. Smit & Zonen b.v. ligt ten oosten van het plangebied op een afstand van 890 meter. De effectafstanden van de inrichting zijn kleiner, de inrichting is daarmee geen relevante risicobron voor de inrichting.

Verantwoordingsplicht

Uit bovenstaande is gebleken dat de verantwoordingsplicht geldt voor het plan Leeuwenveld III en IV. In de verantwoording van het groepsrisico wordt aandacht besteed aan alle relevante risicobronnen, te weten het LPG tankstation, de spoorlijn Amsterdam-Weesp en de inrichting Abbott Healthcare Products B.V. Hieronder worden kort de belangrijkste constateringen en aan te raden maatregelen samengevat per aspect van de verantwoordingsplicht.

Groepsrisico

  • Spoorlijn Amsterdam-Weesp: groepsrisico bevindt zich onder de oriëntatiewaarde en neemt iets toe;
  • LPG tankstation: groepsrisico bevindt zich onder de oriëntatiewaarde en neemt toe;
  • De inrichting Abbott Healthcare Products B.V: het groepsrisico zal in theoretische zin iets toenemen. Gezien de afstand tussen bron en ontwikkeling is dit rekenkundig niet zichtbaar te maken. Het groepsrisico in de huidige situatie is laag.

Zelfredzaamheid

  • Alleen woonfuncties zijn in het plangebied aanwezig. De mate van zelfredzaamheid wordt als 'normaal' bestempeld;
  • De vluchtwegen zijn beperkt. Bijna het volledige plangebied valt onder het invloedsgebied van het spoor. Tevens worden de vluchtmogelijkheden beperkt door water aan de zuidwest- en oostkant. Indien verbinding naar het open veld ten noorden van het plan aanwezig is zal ook vluchten door het openveld mogelijk zijn. In dat geval zijn de vluchtmogelijkheden 'voldoende';
  • Vanwege een toxisch scenario bij het spoor en de inrichting Abbott Healthcare Products B.V. is de lucht- en kierdichtheid van de toekomstige woningen een aandachtpunt tevens wordt geadviseerd de mogelijkheid te onderzoeken om de (mechanische) ventilatie uitschakelbaar te maken;
  • Om effecten van een BLEVE binnen het plangebied te beperken kan op gebouwniveau gekeken worden naar: beperkt glasoppervlak aan de 'spoorse zijde', toepassing van glas dat minder splintert.

Bestrijdbaarheid

Het plangebied is goed aan te rijden, het gebied heeft voldoende geschikte wegen voor hulpdiensten. De toegang van het plangebied met één ontsluiting is niet optimaal. De verbinding tussen het plangebied en het naastgelegen Leeuwenveld I dient geschikt te zijn voor hulpdiensten.

De risicobronnen spoor en LPG-tankstation zijn relatief goed bereikbaar.

Risicocommunicatie

De regionale brandweer geeft aan dat het Waarschuwings Alarmerings Systeem (WAS) in de huidige situatie dekkend is. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat dit voor de plansituatie ook zo zal zijn.

Ruimtelijke maatregelen

Door het verplaatsen van de functies met hoge bevolkingsdichtheden verder van de bronnen af kan de veiligheid verbeterd worden. Hier gelden echter ook andere afwegingen dan enkel externe veiligheid.

Tijdsaspect

Er loopt een procedure met betrekking tot een revisievergunning voor de inrichting Abbott Healthcare Products B.V. De gevolgen voor de effectafstand zijn nog niet bekend, maar gestreefd wordt naar een veiligere situatie. De Bloemendalerpolder is een plan ten noorden van Leeuwenveld dat in de nabije toekomst wordt uitgewerkt en ontwikkeld. Dit biedt de mogelijkheid vluchtroutes van de risicobronnen af te realiseren. Het ontwerp Besluit LPG-tankstations wordt waarschijnlijk in de loop van 2013 vastgesteld. Hiermee verandert het plaatsgebonden risico naar 35 meter.

5.9.4 Conclusie

Uit het onderzoek blijkt dat er op het gebied van externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.