direct naar inhoud van 5.7 Water
Plan: Leeuwenveld III en IV
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01

5.7 Water

5.7.1 Algemeen

Voor de ontwikkeling van Leeuwenveld III en IV wordt het proces van de watertoets doorlopen. In de watertoets worden de huidige en toekomstige situatie en de benodigde maatregelen om het watersysteem te laten voldoen aan de lokale, regionale en landelijke normering toegelicht. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 5 bij dit bestemmingsplan. Hieronder staan de belangrijkste resultaten weergegeven.

5.7.2 Beleid / regelgeving

Rijk

Nationaal Bestuursakkoord Water

In 2003 sloten Rijk , Interprovinciaal Overleg, Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Dit akkoord is te beschouwen als het bestuurlijke antwoord op het rapport WB21. In het akkoord zijn maatregelen afgesproken met als doel het watersysteem in 2015 'op orde' te hebben. In het bestuursakkoord zijn taakstellende afspraken opgenomen over veiligheid en wateroverlast. Ook is een impuls gegeven aan het gebruik van de watertoets. De watertoets zorgt voor een vroegtijdige afstemming tussen ruimtelijke plannen en de waterhuishouding.

In 2011 is een nieuw akkoord afgesloten door de koepels. De essentie van dit nieuwe akkoord is een doelmatig beheer en meer samenwerking tussen beheerders in de waterketen en kostenbesparingen door grotere efficiëntie en effectiviteit.

In onderhavig bestemmingsplan is een waterparagraaf opgenomen waarin is beschreven wat de gevolgen voor de waterhuishouding zijn en hoe water is vastgelegd in dit bestemmingsplan. Hiermee wordt voldaan aan de eisen het NBW uit 2003.

Kaderrichtlijn Water

Door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) heeft Nederland een resultaatsverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit èn ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand-stille principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen.

Provincie

Waterplan 2010-2015

De provincie heeft haar waterbeleid samengevat in het Waterplan 2010-2015. In dit plan worden vier uitgangspunten gehanteerd:

  • Klimaatbestendig waterbeheer.
  • Water medesturend in de ruimte.
  • Centraal wat moet, decentraal wat kan.
  • Gebiedsgerichte en resultaatgerichte benadering.

Voor het plangebied betekent dit met name dat rekening moet worden gehouden met extremere klimaatscenario's en dat om verdroging tegen te gaan zoveel mogelijk water in de bodem moet worden teruggebracht. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met intensievere neerslaggebeurtenissen om overlast in extreme situaties te voorkomen.

Hoogheemraadschap

Waterbeheerplan AGV 2010-2015

Het Algemeen Bestuur keurde het Waterbeheerplan AGV 2010-2015 op 17 juni 2010 goed. Dit is het eerste waterbeheerplan van het waterschap in de nieuwe zesjarige waterplancyclus van rijk, provincie en waterschap. Het waterbeheerplan heeft als titel: 'Werken aan water, in en met de omgeving'.

Het waterbeheerplan gaat in op de hoofdtaken van het waterschap: veiligheid, voldoende water, schoon water. Ook wordt aandacht gegeven aan de maatschappelijke (neven)taken: nautisch en vaarwegbeheer, recreatief medegebruik, natuurbeheer en cultuurhistorische, landschappelijke en architectonische waarden.

Voor elk van deze thema's is aangegeven wat het wensbeeld is op de middellange termijn, wat de doelen zijn en de aanpak op hoofdlijnen is en op welke indicatoren de resultaten van dat taakveld zullen worden beoordeeld. In het plan zijn voor de gemeente Weesp geen specifieke actiepunten opgenomen.

Het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht stelt in haar beleidsregel “Aanleg van verhard oppervlak” dat voor verharding van meer dan 1.000 m² stedelijk gebied het waterschap een vergunning kan verlenen wanneer 10 tot 20% van de  toename van het verharde oppervlak als extra oppervlaktewater ingericht wordt. Het bestaande te dempen oppervlaktewater dient volledig te worden gecompenseerd.

Bij het vaststellen van het nieuwe oppervlaktewaterpeil dient met het volgende rekening gehouden te worden. Het gebied dient nu en in de toekomst af te wateren via het noordelijk plangebied. In de toekomst krijgt dit gebied een zomerpeil van 2.00 m – NAP en een winterpeil van 2.30 m –NAP. Het huidige peil van het noordelijk plangebied wijkt hiervan af met een peil van NAP -1,85 m.

Daarnaast moet de verharding zo zijn aangelegd dat hemelwater gecontroleerd kan afstromen naar open water of bergingsvoorziening(en) en moet de compensatie plaatsvinden in het zelfde peilgebied als de verharding. Bovendien is het vereist dat de aanleg van water plaatsvindt vóór de aanleg van verharding.

Gemeente

Nota afmeer- en steigerbeleid 2010

Een stad (en woningen) aan het water leidt tot de aanwezigheid van boten. Om wildgroei aan boten en steigers op de diverse locaties te voorkomen heeft de gemeente een afmeer- en steigerbeleid vastgesteld. In het voorliggende bestemmingsplan wordt in beginsel de mogelijkheid geboden per woning één steiger aan te leggen met een oppervlakte van 6 m2. De steiger mag niet verder dan 1,5 uit de oever reiken.

Waterplan Weesp

Het waterplan Weesp is in 2006 gestart en moest tot een gezamenlijk plan voor het verbeteren van de uitvoering van watertaken leiden. Het moest knelpunten in het functioneren van de waterhuishouding oplossen en de samenwerking versterken. Die doelstelling is behaald. Het Hoogheemraadschap en de gemeente zijn gezamenlijk tot helderheid over taken en verantwoordelijkheden gekomen en hebben draagvlak en oplossingen gevonden om het watersysteem beter te laten functioneren. Gezamenlijk is de conclusie getrokken dat het opstellen van een formeel waterplan niet noodzakelijk is. Er is bij gemeente en het waterschap geen behoefte (meer) aan een rapportage waterplan Weesp.

Uit het proces zijn de onderstaande opgaven naar voren gekomen:

1) In 2007 is vastgesteld dat in Weesp dusdanige peilstijgingen optreden dat NBW-normen worden overschreden (gerapporteerd in de DB-vergadering van 17 juli 2007). Dit betekent een wateropgave om binnen de normen te komen. Over het algemeen moet hiertoe extra wateroppervlak worden gerealiseerd. In het overleg tussen AGV en Weesp is gebleken dat de oplossing ook kan worden gerealiseerd door keuzes en aanpassingen bij geplande rioleringsmaatregelen en nieuwbouwplannen (adviezen aan derden). De enige nog uit te voeren maatregel (verplaatsen overstort) is geborgd in de aan gemeente verstrekte Wvo-vergunning.

2) Het gemaal van de gemeente Weesp voor het (onder)bemalen van het bedrijventerrein Noord (externe lozing op de boezem) is toe aan vervanging.

Gemeentelijk Rioleringsplan Weesp (versie III 2007-2012)

Dit strategische beleidsdocument heeft tot doel de samenhang tussen de verschillende activiteiten op het gebied van stedelijk (afval)water en rioleringen en de daarvoor benodigde kosten te verduidelijken. De belangrijkste doelen in het plan zijn:

  • doelmatige inzameling van al het afvalwater,
  • doelmatig transport naar de zuiveringsinrichting,
  • voorkomen van vuiluitworp naar het oppervlaktewater,
  • voorkomen van vuiluitworp naar bodem en grondwater,
  • voorkomen van wateroverlast.

De gemeente Weesp heeft in het Gemeentelijk Rioleringsplan vastgelegd dat ruim 350.000 m2 verhard oppervlak wordt afgekoppeld. Dit heeft tot gevolg dat de vervuiling door riooloverstorten van de gemengde riolering aanzienlijk worden verminderd.

 

Vanaf 2009 mag er niet meer ongezuiverd geloosd worden. Dit houdt in dat er ook in het gebied buiten de bebouwde kom riolering moet worden aangelegd, dan wel dat er – mits daarvoor ontheffing is verleend door de provincie – individuele oplossingen (in de vorm van moderne septic tanks) worden gerealiseerd.

De gemeente heeft in 2008 alle woonschepen in de Vecht, alsmede de direct nabijgelegen woningen, een aansluiting op het rioleringssysteem geboden.

5.7.3 Kenmerken van het watersysteem

Volgens de nieuwbouwplannen voor de locatie Leeuwenveld III en IV worden maximaal 222 woningen gerealiseerd. Daarnaast wordt rekening gehouden met de aanleg van een ontsluitingsweg. Het oppervlakte van het totale plangebied bedraagt circa 6,9 hectare, waarvan circa 3,8 hectare verhard oppervlak wordt aangelegd.

In figuur 5.2 is een proefverkaveling van het plangebied weergegeven. Dit betreft geen eindbeeld, maar een mogelijke verkaveling.

afbeelding "i_NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01_0012.png"

Figuur 5.3: Mogelijke verkaveling Leeuwenveld III en IV (bron: LEVS).

Hierbij dient een tweetal zaken opgemerkt te worden: allereerst is er een verschil tussen het plangebied als opgenomen in het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan. Het stedenbouwkundig plan ziet toe op het plangebied zoals weergegeven in figuur 4.1. Het bestemmingsplan heeft daarnaast betrekking op de aan te leggen ontsluitingswegen richting het woongebied en beslaat dus een groter oppervlak. De watertoets wordt opgesteld in het kader van het bestemmingsplan en heeft dus betrekking op het grotere oppervlak. Daarnaast biedt het bestemmingsplan de flexibiliteit om een andere verkaveling dan opgenomen in het huidige stedenbouwkundige plan mogelijk te maken. In die zin bestaat dus ook de mogelijkheid dat het aan te leggen verhard oppervlak meer of minder wordt. In onderstaande berekening worden de huidige stedenbouwkundige uitgangspunten aangehouden. Als deze uitgangspunten wijzigen dient ook de berekening gewijzigd te worden om na te gaan of nog voldaan kan worden aan de eisen van het waterschap. Het betreft in eerste instantie dus een voorbeeldberekening.

Het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht stelt in haar beleidsregel “Aanleg van verhard oppervlak” dat voor verharding van meer dan 1.000 m² stedelijk gebied het waterschap een vergunning kan verlenen wanneer 10 tot 20% van de  toename van het verharde oppervlak als extra oppervlaktewater ingericht wordt. Het bestaande te dempen oppervlaktewater dient volledig te worden gecompenseerd.

Het plangebied kent een totale oppervlakte van circa 6,9 hectare. In de bestaande situatie is 4.420 m2 water aanwezig. De rest van het plangebied is onverhard. In de toekomstige situatie wordt 35.710 m2 van het plangebied verhard. Daarbij is rekening gehouden met de noordelijke ontsluitingsweg. Omdat deze ook dient als toekomstige ontsluiting voor de Bloemendalerpolder, wordt de helft van het wegoppervlak (2.030 m2) meegenomen in onderstaande berekening. Van de aan te leggen verharding dient een gebied gelijk aan 10 - 20 % van het verhard oppervlak als extra oppervlaktewater gecompenseerd te worden. Verder wordt 2.181,5 m2 van het bestaande water gedempt. Dit dient voor 100% gecompenseerd te worden. Wanneer deze cijfers naast elkaar gezet worden kan de compensatie opgave in beeld gebracht worden. In onderstaande tabel is deze overzichtelijk weergegeven.

Tabel 4.1: Totaal te compenseren oppervlaktewater

  Oppervlakte huidige situatie (m2)   Oppervlakte toekomstige situatie (m2)   Benodigde compensatie (%)   Benodigde compensatie (m2)  
Verhard   0   35.710   10   3.571  
Water   4.420        
Te dempen water     2.181,5   100   2.181,5  
      TOTAAL TE COMPENSEREN   5.752,5  

Uit de toename in verhard oppervlak en de afname van oppervlaktewater als gevolg van demping van sloten komt een totaal de compenseren wateroppervlak van 5.752,5 m2 naar voren. In de toekomstige situatie wordt 5.720 m2 nieuw oppervlaktewater gerealiseerd. In de voorbeeldberekening wordt daarmee op hoofdlijnen voldaan aan de eisen van het Waterschap.

Het bestemmingsplan voorziet op twee manieren in de mogelijkheden voor watercompensatie. Enerzijds wordt de bestemming 'Water' toegevoegd en zijn ook binnen de bestemmingen 'Verkeer - Verblijf' en 'Woongebied' watervoorzieningen of -gangen mogelijk. Daarnaast worden in de bestemmingen 'Woongebied' en 'Verkeer-Verblijf' voorwaardelijke verplichtingen opgenomen, waarmee de watercompensatie bij toename van verhard oppervlak (minimaal 10%) en bij demping (100%) juridisch afdwingbaar worden vastgelegd in de regels.

Oppervlaktewater

De bestaande primaire watergang buiten het plangebied wordt in de toekomstige situatie verlengt en verbreed om voldoende waterberging te realiseren. Het waterschap heeft de voorkeur uitgesproken het gebied deel uit te laten maken van het bestaande peilgebied in de Bloemendalerpolder. In de toekomst zal in dit gebied een flexibel peil gehanteerd worden met een bovengrens van NAP -2,0 m en een ondergrens van NAP -2,30 m.

Grondwater

In de huidige situatie zijn de grondwaterstanden relatief ondiep, de gemiddeld hoogste grondwaterstand is minder dan 0,40m –mv. Voor de aanleg van de nieuwbouwwijk zal de grond in het gebied echter verbeterd en verhoogd worden. Hiermee kan voldoende drooglegging gecreëerd worden om grondwateroverlast te voorkomen. De minimale ontwateringsdiepte ten opzichte van het hoogste oppervlaktewaterpeil in het volledige gebied, inclusief uitgeefbaar terrein, moet voldoen aan de SBR-richtlijn "ontwatering in stedelijk gebied".

Riolering

De riolering in de nieuwbouwwijk Leeuwenveld III en IV dient een gescheiden rioleringsstelsel te zijn, zoals voorgeschreven in het gemeentelijke rioleringsplan van de gemeente Weesp.

5.7.4 Afstemming met het bestemmingsplan

De voorgenomen ontwikkeling is vervat in een globaal bestemmingsplan. Het bestemmingsplan legt daarmee niet één plan vast, maar biedt de mogelijkheid om verschillende inrichtingen mogelijk te maken. Uit een indicatieve berekening van de toename van verhard oppervlak/demping van sloten enerzijds en nieuw aan te leggen water anderzijds, blijkt dat de ontwikkeling waterneutraal is. Er wordt met andere woorden voldaan aan de regels van het Waterschap. Gelet op het globale karakter van het bestemmingsplan, is het niet wenselijk de nieuw aan te leggen/verbreden waterpartijen exact vast te leggen. Ter borging van de belangen van het Waterschap is er daarom voor gekozen het beleid van het Waterschap in de regels vast te leggen(100% compensatie bij dempen / 10-20% compensatie bij aanleg extra verharding). De aanleg van het gebied kan geen doorgang vinden als hieraan niet wordt voldaan.

5.7.5 Conclusie

De ontwikkeling van Leeuwenveld II en III omvat een programma van maximaal 222 woningen met de daarbij behorende ontsluitingswegen. De oppervlakte van het totale plangebied bedraagt circa 6,9 hectare. In de toekomstige situatie wordt circa 3,8 hectare verhard.

Het Waterschap stelt als randvoorwaarde dan 10-20% van de toename van verhard oppervlak gecompenseerd moet worden met open water. Daarnaast moeten bestaande watergangen die worden gedempt voor 100% worden gecompenseerd. Voorts geldt dat verharding zo moet zijn aangelegd dat hemelwater gecontroleerd kan afstromen naar open water of bergingsvoorziening(en) en moet de compensatie plaatsvinden in het zelfde peilgebied als de verharding. Bovendien is het vereist dat de aanleg van water plaatsvindt vóór de aanleg van verharding.

In de toekomstige situatie wordt circa 5.720 m2 nieuw oppervlaktewater gerealiseerd. Deze berekening is gebaseerd op de uitgangspunten uit het huidige stedenbouwkundige plan en bestemmingsplan. Het is mogelijk dat deze uitgangspunten nog wijzigen. Het betreft daarom een voorbeeldberekening. In deze voorbeeldberekening wordt op hoofdlijnen voldaan aan de eisen van het waterschap.

Hierbij moet worden opgemerkt dat bij de berekening van verhard en onverhard oppervlak ervan uit is gegaan dat de tuinen van de huizen onverhard zijn. In werkelijkheid zal ten minste een deel van dit oppervlak worden verhard. Deze verharding wordt echter niet op de hemelwaterafvoer aangesloten. Hierdoor kan worden aangenomen dat als het hemelwater van dit oppervlak tot afstroming komt, dit met vertraging in het oppervlaktewatersysteem komt. Door deze spreiding in tijd zal dit naar verwachting geen problemen veroorzaken voor het watersysteem.

Een belangrijke ontwikkeling in het gebied is het voornemen van het Waterschap om in de Bloemendalerpolder flexibel oppervlaktewaterpeil in te stellen, waarbij het waterpeil mag fluctueren tussen NAP -2,0 m en -2,30 m. Flexibel peilbeheer wordt doorgaans alleen in gebieden ingesteld waarvan de hoofdbestemming natuur is. Bij de uitwerking van het ontwerp is nauw overleg met het Waterschap nodig over wijzigingen in het peil. Indien nodig kan voorgesteld worden van Leeuwenveld een apart peilgebied te maken.