direct naar inhoud van 5.6 Bedrijven en milieuzonering
Plan: Leeuwenveld III en IV
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01

5.6 Bedrijven en milieuzonering

5.6.1 Algemeen

De aanwezigheid van bedrijven kan de kwaliteit van de leefomgeving beïnvloeden. Bedrijven kunnen geur, stof, geluid en gevaar ten gevolg hebben. Voorkomen moet worden dat bedrijven hinder veroorzaken naar de omgeving, vooral indien het woongebieden of andere gevoelige bestemmingen betreft. Daarnaast moeten bedrijven zich kunnen ontwikkelen en eventueel uitbreiden. Om dit te bereiken is het van belang dat bedrijven en gevoelige bestemmingen ruimtelijk goed gesitueerd worden zodat de bedrijven zo min mogelijk overlast opleveren en woongebieden de bedrijven zo min mogelijk beperken in hun bedrijfsuitvoering.

5.6.2 Regelgeving

Ten behoeve van milieuzonering is door de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) een bedrijvenlijst opgesteld, waarin bedrijven op hun milieueffecten zijn gecategoriseerd. Afhankelijk van de mate waarin de in deze lijst opgenomen bedrijven milieuhinder kunnen veroorzaken (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie), kent de lijst aan de bedrijven een categorie toe. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de categorie op van 1 tot en met 5, met bijbehorende minimale afstanden tot woongebieden.

In de uitgave "Bedrijven en milieuzonering" is per bedrijfstype een globale indicatie gegeven van het invloedsgebied voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. Op basis van het aspect met de grootste afstand zijn de bedrijven in de volgende categorieën ingedeeld:

  • categorie 1 grootste afstanden 0 en 10 meter;
  • categorie 2 grootste afstand 30 meter;
  • categorie 3 grootste afstanden 50 en 100 meter;
  • categorie 4 grootste afstanden 200 en 300 meter;
  • categorie 5 grootste afstanden 500, 700 en 1000 meter.

De afstanden gelden in principe tussen de perceelsgrens van het bedrijf (bij een gangbare perceelsgrootte en -indeling) en anderzijds de gevel van een woning.

De afstanden in bovengenoemde uitgaven moeten als indicatief gezien worden. Doordat de omvang van bedrijven kan verschillen en omdat bedrijven maatregelen kunnen nemen om de invloed te beperken kan de invloedssfeer in werkelijkheid afwijken van bovengenoemde afstanden. De uiteindelijke afstemming tussen de hinder van het bedrijf en de omgeving wordt geregeld in het kader van de Wet milieubeheer.

5.6.3 Onderzoek

Voor de in het plangebied aanwezige bedrijfsactiviteiten wordt gebruik gemaakt van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Deze lijst is gebaseerd op de uitgave van VNG 'bedrijven en milieuzonering'. Aanwezige bedrijfsactiviteiten nabij het plangebied worden in voorliggend bestemmingsplan ingeschaald volgens deze staat. Om milieuhinder als gevolg van de bedrijfsactiviteiten al in het ruimtelijk spoor te voorkomen, worden grenzen gesteld aan de toelaatbaarheid van de bedrijfsactiviteiten.

Bedrijvigheid

Gelet op het woonkarakter van het plangebied dient voorkomen te worden dat overlast veroorzaakt wordt. Daarom zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die uit het oogpunt van hinder passen binnen de omgeving waar ze zich bevinden (milieucategorie 1 of 2). Categorie 1- en 2-bedrijven kunnen, gelet op hun aard en invloed op de omgeving, worden toegelaten naast en tussen woningen en kwetsbare gebieden. Binnen het plangebied worden alleen bedrijven aan huis toegestaan. Het vestigen van andere bedrijven waarvoor een omgevingsvergunning (activiteit milieu) nodig is, dan wel een vergunning op grond van de APV, is niet toegestaan.

Ten zuidoosten van het plangebied ligt een spoorstation. Het station is gecategoriseerd in categorie 3.2 met een milieuzone van 100 m (SBI 491, 492) VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering). Het plangebied bevindt zich buiten deze zone.

Nabij het plangebied bevindt zich tevens een tankstation met de verkoop van LPG. Het tankstation is gecategoriseerd als een 3.1 inrichting, met milieuzone van 50 m (SBI 473, nummer 2). Maatgevend is het aspect gevaar. De milieucontour is hierop afgestemd. Vanuit de externe veiligheidsregelgeving gelden nauwkeuriger normen. Voor de onderhavige inrichting geldt een risicocontour van 45 m waarbinnen geen gevoelige objecten zoals woningen mogen worden gebouwd. In de planontwikkeling en het bestemmingsplan is hiermee rekening gehouden. In paragraaf 5.9 wordt nader op het thema externe veiligheid ingegaan.

5.6.4 Conclusie

Het aspect milieuhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.