direct naar inhoud van 5.3 Archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie
Plan: Leeuwenveld III en IV
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01

5.3 Archeologie, aardkundige waarden en cultuurhistorie

5.3.1 Archeologie

Regelgeving

Het verdrag van Malta regelt de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Nederland heeft dit verdrag geratificeerd en geïmplementeerd in de Monumentenwet. Op 1 september 2007 is de wet als onderdeel van de Monumentenwet in werking getreden. Bij ruimtelijke ingrepen worden de archeologische belangen in een vroeg stadium in de planvorming betrokken. Uitgangspunt bij de zorg voor archeologische waarden is het behoud in de bodem ter plekke en planologische bescherming van waardevolle archeologische vindplaatsen. Verder geldt het “veroorzakerprincipe”. Dit principe houdt in dat degene die de ingreep pleegt financieel verantwoordelijk is voor behoudsmaatregelen of voor een behoorlijk onderzoek van eventueel aanwezige archeologische waarden. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische materiaal in de bodem (in situ), omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering.

Onderzoek

De gemeente Weesp beschikt over een archeologische beleidsadvieskaart (november 2012). Voor de gehele gemeente zijn de verwachtingen op archeologische vondsten bepaald aan de hand van de ontstaansgeschiedenis van Weesp en de landschappelijke en aardkundige kenmerken. Door de toepassing van kennis over de landschappelijke ligging van (pre)historische nederzettingen in het algemeen is het mogelijk gebieden te begrenzen waar geen archeologische vindplaatsen bekend zijn, maar waar ze verwacht kunnen worden. Bij het analyseren van deze verwachtingen wordt gebruik gemaakt van geomorfologische, bodemkundige en hydrologische kenmerken in combinatie met al bekende archeologische gegevens. Zo worden gebieden begrensd met hoge, middelhoge en lage archeologische verwachting, waarbij in de gebieden met een hoge archeologische verwachting de kwantiteit aan archeologische waarden het hoogst is. Een lage archeologische verwachting wil niet zeggen dat er geen archeologische waarden zijn, maar dat er vermoedelijk weinig zullen zijn en dat de spreiding groot is en de onderlinge samenhang klein.

De analyse heeft geleid tot een kaart met de volgende archeologische verwachtingen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01_0010.jpg"

Figuur 5.1: Archeologische waarden gemeente Weesp.

De archeologische verwachtingszones van de kaart met archeologische verwachtingen zijn vertaald naar een beleidskaart met daarop de specifieke zones en bijbehorende beleidsmaatregelen. Deze kaart geeft een schematisch inzicht in de maatregelen die nodig zijn voor de zorg voor het archeologisch erfgoed binnen bepaalde zones of locaties in Weesp.

afbeelding "i_NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01_0011.jpg"

Figuur 5.2: Archeologische beleidszones gemeente Weesp.

Het plangebied ligt in zone 7. Dit betekent dat voor het plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde geldt. In beginsel behoeft voor de voorgenomen ontwikkeling daarom geen nader archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Dit is slechts aan de orde indien de grondwerkzaamheden, die in het kader van de aanleg van het gebied worden uitgevoerd, dieper dan 4 meter beneden het maaiveld reiken en een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2. Omdat dit op voorhand niet geheel kan worden uitgesloten wordt in het bestemmingsplan een zogenaamde dubbelbestemming opgenomen. Hiermee is het thema archeologie voldoende geborgd.

Conclusie

Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan. Bij graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 4,0 m beneden maaiveld is een verkennend booronderzoek noodzakelijk is om de archeologische verwachting van het afgedekte deklandschap nader te specificeren. Ter borging hiervan is in de regels van het bestemmingsplan een dubbelbestemming opgenomen (zie artikel7).

5.3.2 Aardkundige waarden

Regelgeving

Bescherming van aardkundige monumenten/waarden is vastgelegd in de provinciale Milieuverordening (tranche 7, hoofdstuk 6). In de PRVS wordt gesteld dat voor de gebieden die binnen de aanduiding 'Aardkundig monument' of 'Aardkundig waardevol gebied' zijn gelegen in de toelichting moet worden opgenomen op welke wijze in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de voorkomende bijzondere aardkundige waarden.

Resultaat

Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarin aardkundige monumenten en/of aardkundige waarden aanwezig zijn.

Conclusie

Het aspect aardkundige waarden vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.

5.3.3 Cultuurhistorie

Regelgeving

Ter uitvoering van de eerste pijler van Modernisering Monumentenzorg (MoMo) is onder andere het Besluit ruimtelijke ordening aangepast. Per 1 januari 2012 schrijft artikel 3.1.6, tweede lid, onder a, Bro voor dat gemeenten in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving geven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. 

De Rijksoverheid wil er hiermee voor zorgen dat er in de monumentenzorg niet alleen oog is voor het monument zelf, maar ook voor de omgeving ervan en het gebied op zichzelf: het zogenaamde gebiedsgerichte erfgoedbeleid. Het kabinet heeft 5 prioriteiten in het gebiedsgerichte erfgoedbeleid:

  • Werelderfgoed: samenhang borgen, uitstraling vergroten
    De economische betekenis van het Nederlandse Werelderfgoed wordt vergroot door het toerisme te bevorderen.
  • Veiligheid en eigenheid zee, kust en rivieren
    Het Rijk start onder meer samen met de provincies een pilotproject Kust & Erfgoed.
  • Herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: focus op groei en krimp
    Er komt een pilotprogramma Gebiedsgerichte Erfgoedzorg & Krimp. Het behoud van historische gebouwen is belangrijk om krimpgebieden aantrekkelijk te houden.
  • Levend landschap: erfgoed, economie en ecologie brengen elkaar vooruit
    Het kabinet wil de ontwikkeling van cultureel erfgoed verbinden met opgaven als biodiversiteit en energietransitie.
  • Wederopbouw: tonen van een tijdperk
    De periode 1940-1965 moet herkenbaar aanwezig blijven in Nederland. Er zijn in deze periode veel innovaties ontwikkeld - massawoningbouw, standaardisering van het bouwproces, functiescheiding - die aandacht en bescherming verdienen.

Bij voorbereiding van een bestemmingsplan zullen gemeenten een analyse moeten maken van de cultuurhistorie in een plangebied en daar conclusies aan moeten verbinden die in het bestemmingsplan verankerd worden.

Resultaat

In het archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek van Archeologisch Adviesbureau RAAP (RAAP-rapport 2014, 2010) naar het plangebied Bloemendalerpolder, waar ook het plangebied Leeuwenveld III en IV deel van uitmaakt, zijn naast archeologische verwachtingen ook cultuurhistorische waarden geïnventariseerd. Het plangebied bevindt zicht in de Vechtstreek die zich kenmerkt door de weidsheid van het polderlandschap waarin de ontginnings- en bewoningsgeschiedenis bijna perfect leesbaar is. In grote lijnen is het laat-middeleeuws landschap nagenoeg onaangetast en kan het dienen als inspiratie voor de inrichting van het gebied. Aan de vrij 'rommelige' maar gave verkaveling van de Bloemendalerpolder is daarom een hoge waardering toegekend. Wel wordt opgemerkt dat deze door de aanwezigheid van de A1, de spoorlijn en een nieuwbouwwijk wel enigszins is aangetast, en dat de zeldzaamheid van een dergelijke verkaveling niet groot is. Het plangebied grenst direct aan de spoorlijn en (in ontwikkeling zijnde) nieuwbouwijk. De provincie Noord-Holland gaat vooral uit van 'behoud door ontwikkeling'. In het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden kunnen daarom bijvoorbeeld geïntegreerd worden in ontwikkelingen zodat ze zichtbaar blijven.

In het plangebied bevinden zich geen rijks- en gemeentelijke cultuurhistorisch waardevolle elementen. Dat blijkt uit de onlangs door de provincie opgestelde "Informatiekaart landschap en cultuurhistorie", die informatie geeft over onder andere cultuurhistorische objecten, molens en militaire structuren. De Informatiekaart landschap en cultuurhistorie betreft een herziening van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW).

Conclusie

Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het onderhavige bestemmingsplan.