direct naar inhoud van 5.2 Bodem
Plan: Leeuwenveld III en IV
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01

5.2 Bodem

5.2.1 Algemeen

De tijd dat elke vervuiling moest worden aangepakt ligt achter ons. Belangrijkste criterium hierbij is of de vervuiling zodanig is dat er sprake is van risico's voor gezondheid of milieu. In de praktijk blijken er vrijwel nooit risico's te zijn voor de gezondheid van mensen. Milieurisico's (verspreiding en ecologie) komen wel voor, maar meestal gaat het erom dat eventuele vervuilingen afstemming vereisen met bepaalde ontwikkelingen.

Op dit moment is er sprake van een omslag van saneren naar beheren en behoeven alleen de zogeheten "ernstige vervuilingen" in meer of mindere mate aangepakt te worden. De maatregelen worden daarbij afgestemd op de functie.

5.2.2 Regelgeving

Het nationale bodembeleid is geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb). Het doel van de Wbb is om te voorkomen dat nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen ontstaan. Voor bestaande bodemverontreinigingen is aangegeven in welke situaties (omvang en ernst van verontreiniging) en op welke termijn sanering moet plaatsvinden. Hierbij dient de bodemkwaliteit tenminste geschikt te worden gemaakt voor de functie die erop voorzien is, waarbij verspreiding van verontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Het beleid gaat uit van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit. Voorliggend bestemmingsplan regelt de bestaande situatie. Wanneer ontwikkelingen zich voordoen dient een bodemonderzoek te worden uitgevoerd.

5.2.3 Onderzoek

In het verkennend bodemonderzoek NEN 5740 is de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied vastgesteld. Voor de toetsing van de waterbodemkwaliteit van de aanwezige sloten is een verkennend waterbodemonderzoek NEN 5720 uitgevoerd. De volledige onderzoeksrapportage is opgenomen in Bijlage 2 bij dit bestemmingsplan. Hieronder staan de belangrijkste resultaten weergegeven.

Landbodem

Ter plaatse van de puindammetjes is een (sterk veenhoudende) (baksteen)puinlaag aanwezig tot 0,3 à 0,8 m -mv. Hieronder bestaat de bodem over het algemeen tot de einddiepte uit veen en plaatselijk uit zand. Het mengmonster van de puindammetjes wordt op basis van de samenstelling (>50% bodemvreemd materiaal) niet tot de bodem gerekend en bevat (indicatief getoetst aan de Wet bodembescherming) licht verhoogde gehalten aan kwik, lood, molybdeen, zink en PAK. Visueel en analytisch is in het puinhoudende materiaal uit de dammetjes geen asbest aangetoond. Het veen onder de puinlaag bevat een licht verhoogd gehalte aan molybdeen.

De bodem op het overige terrein bestaat in het algemeen vanaf het maaiveld tot 0,4 à 0,5 m -mv. uit klei met daaronder veen tot de maximale boordiepte van circa 2,2 m -mv. In het opgegraven/opgeboorde materiaal zijn, met uitzondering van de puinhoudende lagen ter plaatse van de dammetjes, geen waarnemingen gedaan die mogelijk duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De kleiige bovengrond bevat licht verhoogde gehalten aan koper, kwik en/of lood. In de venige ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan molybdeen gemeten.

In het grondwater zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten aan barium, kobalt en/of nikkel gemeten.

Waterbodem

De waterdiepte bedraagt tussen 0,3 en 0,4 m. De sliblaag heeft een dikte variërend van 0,4 tot 0,8 m. De vaste waterbodem bestaat uit veen. Er zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op verontreiniging van de waterbodem. De baggerspecie wordt beoordeeld als verspreidbaar op het aangrenzende perceel. Op basis van de slibboringen kan geen uitspraak gedaan worden over de aanwezige hoeveelheid slib in de watergang.

5.2.4 Conclusie

Op basis van de onderzoeksresultaten (veldwaarnemingen en analyseresultaten) kan gesteld worden dat de (water)bodem ten hoogste licht verhoogde gehalten aan enkele onderzochte stoffen bevat. De gemeten gehalten vormen vanuit bodemhygiënisch oogpunt geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling van en/of nieuwbouw op het terrein.