direct naar inhoud van 5.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Plan: Leeuwenveld III en IV
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01

5.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

5.1.1 Algemeen

De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Om de doelstellingen te bereiken wordt voor bepaalde projecten en plannen een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Hierin wordt duidelijk welke milieueffecten verwacht worden van het project of plan.

In Nederland is m.e.r. geregeld in de Wet milieubeheer (Wm) en in de uitvoeringswetgeving in de vorm van een Amvb (het Besluit milieueffectrapportage). In het Besluit m.e.r. is opgenomen voor welke activiteiten de m.e.r.-(beoordelings)plicht bestaat. Het gaat dan met name om activiteiten die aanzienlijke nadelige effecten op het milieu kunnen hebben. Ook kan er sprake zijn van een zogenoemde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor activiteiten die wel worden genoemd in het Besluit m.e.r., maar vanwege de omvang van de activiteit (onder de drempelwaarde) geen m.e.r.(beoordelings)plicht kent.

Per 1 april 2011 is het Besluit milieueffectrapportage gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarde in onderdeel D . Dit betekent dat voor activiteiten die genoemd staan in het Besluit m.e.r. (bijvoorbeeld woningbouw, kantoren, bedrijven, recreatie, etc.) maar onder de gestelde indicatieve drempelwaarden zitten toch een beoordeling nodig is of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling heet een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Inhoudelijk wordt getoetst aan dezelfde criteria als voor een m.e.r.-beoordeling (die uitgevoerd moet worden bij activiteiten uit onderdeel D die wel boven de drempelwaarden zitten) . De enige procedurele verplichting die geldt voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling is dat het opgenomen moet worden in de toelichting van het betreffende besluit.

5.1.2 Onderzoek

De voorgenomen ontwikkelingen in het bestemmingsplan Leeuwenveld III en IV zijn getoetst aan de m.e.r.-regelgeving, zoals vastgelegd in de Wet Milieubeheer en het Besluit m.e.r. Plannen of besluiten leiden tot m.e.r.-verplichtingen als de voorgenomen ontwikkelingen in het plan of besluit opgenomen zijn in het besluit m.e.r. (op de zogenaamde C- of D-lijst) of als negatieve effecten op Natura 2000-gebied niet op voorhand uit te sluiten zijn en een passende beoordeling moet worden doorlopen in het kader van de Natuurbeschermingswet.

Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig, m.e.r.-beoordelingsplichtig of vormvrij m.e.r.-beoordelingsplichtig kan het onderstaande schema gebruikt worden. De voorgenomen activiteit, de ontwikkeling van Leeuwenveld III en IV, is opgenomen in onderdeel D onder categorie D 11.2 (zie tabel 5.1).

  Activiteiten   Gevallen   Besluit  
D 11.2   De aanleg, wijziging of ontwikkeling van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.   In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:
1: een oppervlakte van 100 hectare of meer,
2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of
3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.  
De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening à het bestemmingsplan  

Tabel 5.1: Besluit m.e.r., onderdeel D, categorie D 11.2:

De voorgenomen ontwikkeling valt niet onder de gevallen als genoemd in kolom 2. Omdat het een activiteit betreft die onder de drempelwaarde valt geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Derhalve kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Door Oranjewoud is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling. De volledige rapportage is te vinden in bijlage 1. In het vervolg van dit hoofdstuk worden de afzonderlijke milieuaspecten nader toegelicht. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling komen geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling naar voren.

5.1.3 Conclusie

Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling geen onevenredige nadelige milieueffecten veroorzaakt. Er bestaan geen verdere procedurele verplichtingen op het gebied van m.e.r.-regelgeving.