direct naar inhoud van 2.4 Gemeentelijk beleid
Plan: Leeuwenveld III en IV
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01

2.4 Gemeentelijk beleid

2.4.1 Structuurvisie Weesp 2030

De structuurvisie Weesp 2030 is vastgesteld in september 2001 door de gemeenteraad van Weesp. Met deze visie heeft de gemeente als doel de hoofdlijnen van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling te schetsen van het gehele gemeentelijk grondgebied.

De algemene doelen die in de structuurvisie staan beschreven luiden als volgt:

  • versterken van de identiteit van de drie omliggende groene zeeën;
  • Weesp aan de Vecht promoten;
  • de uitstraling van de binnenstad versterken;
  • differentiatie van woonmilieus;
  • hoogwaardige bedrijvigheid.

In de structuurvisie staat een aantal opgaven voor de toekomst. De belangrijkste zijn: het vergroten van het contrast tussen stad en land, het opheffen van functionele barrières, een duurzame ontwikkeling, het tegengaan van versnippering door infrastructuur, het faciliteren van infrastructuur zonder dat het een barrière vormt, het versterken van de relatie tussen woonwerkgebieden en een verbetering van de lokale infrastructuur en de A1.

Gemeentelijk beleid is te streven naar een dynamische opbouw van de bevolking, die in elk geval gelijke tred houdt met het landelijke gemiddelde. Dit betekent dat er ruimte moet zijn voor een geringe groei in het bevolkingsaantal naar ongeveer 20.000 inwoners (huidige inwoneraantal per 1 februari 2012 is ruim 18.000 inwoners, bron: CBS). Niet de wens tot groei staat hierbij voorop, maar de mogelijkheden te komen tot verdere differentiatie van de woningvoorraad en daarmee de bevolkingsopbouw van Weesp. Nieuwbouw, inspelend op de veranderende woonwensen, moet de doorstroming in de huidige woningvoorraad op gang brengen. Het plangebied Leeuwenveld (I, II, III en IV) is reeds in de structuurvisie van 2001 aangewezen als woningbouwlocatie.

Een nieuwe structuurvisie Weesp 2040 staat op de gemeentelijke planning. Belangrijke input hiervoor is de Woonvisie. De nieuwe structuurvisie wordt niet meegenomen in dit bestemmingsplan, aangezien de structuurvisie naar verwachting later wordt vastgesteld dan dit bestemmingsplan.

2.4.2 Centrumvisie Weesp 2005-2015

De Centrumvisie Weesp is op 24 november 2005 vastgesteld door de gemeenteraad. Het document is opgesteld met als doel een beleidskader te scheppen voor de ruimtelijke ontwikkelingen de komende jaren.

De hoofdlijn binnen het beleid is de teruggang van het aantal bewoners binnen Weesp een halt toe te roepen en te groeien van 18.000 inwoners naar 21.000 inwoners. Hiervoor wordt de bestaande stad op bepaalde plekken geherstructureerd en wordt de Bloemendalerpolder verder uitgebreid.

Om inwoners te trekken dient de stad aantrekkelijker gemaakt te worden. Een belangrijk aspect hierbij is het uitdragen van de bestaande kwaliteiten van de stad Weesp. De kwaliteiten van Weesp zijn haar centrale ligging, karakteristiek historisch centrum, goede bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer aan de rand van de randstad, combinatie van landelijk en stedelijk wonen, goede staat van onderhoud en betrekkelijke veiligheid.

In de visie wordt een aanzet gegeven tot beleid aangaande winkels, wonen, mobiliteit en cultuur & toerisme. Hiervoor zijn inmiddels separate beleidsstukken opgesteld.

2.4.3 Woonvisie Weesp 2011

In de gemeenteraadsvergadering van 8 december 2011 heeft de raad de Woonvisie Weesp 2011 vastgesteld. In dit beleidsstuk wordt de gemeentelijke visie geschetst over de toekomstige invulling van de woningmarkt van Weesp.

Woningmarkt

Uit bevolking- en woningmarktonderzoek blijkt dat veel dertigers (veelal met jonge kinderen) in de afgelopen 10 jaar wegtrekken. Dit is een probleem, want het is belangrijk om Weesp economisch en sociaal vitaal te houden. Jonge gezinnen zijn daar hard voor nodig. Weesp heeft, vergeleken met andere gemeenten, een hoog percentage gestapelde woningen terwijl de meeste Weespers graag in een rijtjeswoning of tweekapper willen wonen.

Vergeleken met andere gemeenten heeft Weesp een laag percentage koopwoningen en relatief veel sociale huur. Weesp heeft ook relatief veel woningen die in de prijsklasse betaalbaar (koop: < €200.000, huur: < €653) zitten. Hierdoor zijn er weinig doorstroommogelijkheden naar het middeldure segment. Daarnaast is het voor starters tegenwoordig erg moeilijk om een eerste eigen woning te kopen door aanscherping van de regels omtrent hypotheekverstrekking en de hoge woningprijzen. Ten slotte zijn er in Weesp te weinig woningen voor senioren met een zorgvraag. Hierbij gaat het met name om de woningen met 2, 3, 4 of 5 sterren. Aanbevolen wordt in deze woonvisie om te bouwen op nieuwbouwlocaties in de middeldure (koop: € 200.000-€ 350.000, huur: €653 - €850) of dure (koop: > € 350.000, huur: > € 850,) prijsklasse om doorstroming te bevorderen en te voorkomen dat jonge gezinnen vertrekken uit Weesp.

Woningbouwprogramma

Het woningbouwprogramma dat in Weesp wordt gerealiseerd, is voor een belangrijk deel bestemd voor het opvangen van de vraag naar woningen in Weesp, de regio Gooi & Vechtstreek en de metropoolregio Amsterdam. Daarbij kan opgemerkt worden dat met name de locaties die ontwikkeld worden nabij het station (Bloemendalerpolder, Nijverheidslaan en Leeuwenveld III en IV) een bovenlokale aantrekkingskracht hebben.

Uit zowel landelijk, lokaal als regionaal onderzoek blijkt dat er vooral een grote behoefte is in de regio naar grondgebonden woningen. De Bloemendalerpolder (inclusief Leeuwenveld) voorziet vooralsnog voornamelijk in grondgebonden woningen. Daarmee spelen de Bloemendalerpolder en Leeuwenveld op een goede manier in op de nog steeds aanwezige vraag naar nieuwe woningen.

De woonvisie wordt verder uitgewerkt in de in voorbereiding zijnde nieuwe Structuurvisie Weesp 2040.

2.4.4 Gemeentelijk verkeers- en vervoerplan

Het gemeentelijk verkeers- en vervoerplan (hierna: GVVP) is opgesteld in oktober 2007. Drie thema's worden als leidraad beschreven in het plan: bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Ook parkeren wordt als een apart thema behandeld in het plan. Het beleid ten aanzien van de binnenstad wordt per thema behandeld.

Bereikbaarheid

Het doorgaand auto- en vrachtverkeer door de kern Weesp van de A1 naar de N236 betreft vooral sluipverkeer bij congestie op de A1. Het doorgaand verkeer door Weesp is niet aanzienlijk vanwege het feit dat automobilisten zowel op de A1 als de alternatieve route via de N236 vertraging ondervinden. Met het weren van doorgaand verkeer wordt bedoeld dat het doorgaand verkeer niet mag groeien en dat het creëren van een betere doorgaande route door Weesp dus niet gewenst is.

Het stimuleren van het fietsgebruik zal moeten plaatsvinden door de randvoorwaarden te creëren voor het gebruik van de fiets in de vorm van goede fietsroutes, maar ook door het fietsparkeren te faciliteren. Verbeteren van de bereikbaarheid per fiets en te voet van belangrijke bestemmingen kan worden gerealiseerd door een direct en aantrekkelijk netwerk van fiets- en voetgangersverbindingen aan te bieden. Intern zal Weesp moeten voorzien in een netwerk van snelle en comfortabele fietsroutes om de concurrentiepositie van de fiets ten opzichte van de auto voor interne verplaatsingen te verbeteren.

Verkeersveiligheid

Weesp beschikt over een fietsnetwerk. Op routeniveau ligt de veiligheid van fietsers daardoor op acceptabel niveau. De oversteekvoorzieningen dienen echter zo te worden vormgegeven dat ze voor automobilisten beter herkenbaar zijn, waardoor ook op deze punten de verkeersveiligheid verbetert.

Met alleen een goede inrichting is men er nog niet. Een deel hangt immers af van het gedrag van de gebruikers. Voorlichting, educatie en handhaving zijn belangrijke instrumenten om de verkeersveiligheid verder te verbeteren. In Duurzaam Veilig fase 2 krijgt dit aspect dan ook meer aandacht door het stimuleren van permanent verkeersonderwijs op scholen. Bijvoorbeeld het aanreiken van lespakketten is een middel om de voorlichting en educatie in het kader van de verkeersveiligheid te verbeteren. Tevens behoeft de verkeerssituatie bij scholen zelf aandacht vanwege de gevaarlijke situaties die daar veelal aanwezig zijn.

Leefbaarheid

De spoorlijn Amsterdam-Hilversum en de Leeuwenveldseweg vormt een barrière tussen de woonwijk Leeuwenveld (en de nieuwe woonwijk in de Bloemendalerpolder) en de rest van de kern Weesp. De gemeente stelt als doel dat de bereikbaarheid van deze wijken vooral per fiets en voet goed moet zijn, zodat er geen extra autoverkeer wordt opgeroepen in deze wijk. Dit zal ten goede komen aan de leefbaarheid.

Parkeren

De doelstellingen van parkeren zijn net als de doelstellingen voor bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid gevisualiseerd.

2.4.5 Groen beleidsplan (2007-2017)

Het groenbeleidsplan is vastgesteld op 8 augustus 2007 door de gemeenteraad. Het groenbeleidsplan heeft tot doel: 'Het verhogen van de kwaliteit van de leefomgeving nu en in de toekomst'. Hierdoor blijft de stad aantrekkelijk. Het groenbeleidsplan beschrijft de beleidskeuzes voor de komende 10-15 jaren en geeft concrete handvatten voor het bereiken van de doelen.

De beleidskeuzes zijn verwoord in 'de 10 groene regels' van Weesp:

  • 1. de huidige groenstructuur behouden en versterken;
  • 2. versterken oriëntatie en herkenbaarheid door boomstructuur;
  • 3. vergroten van de herkenbaarheid in inrichting en beheer;
  • 4. koppelingen leggen tussen de verschillende woonwijken;
  • 5. herkenbaarheid en versterking van de entrees, vestingwerken en centrum;
  • 6. ontwikkelen van ecologische waarden in de stad;
  • 7. groen als instrument voor een gezonder leefklimaat;
  • 8. recreatieve mogelijkheden van openbare ruimte vergroten;
  • 9. overgang tussen stedelijk gebied en de polders verzachten;
  • 10. versterken van het buitengebied.

Het merendeel van de 10 regels heeft betrekking op de ontwikkeling van het groen in het plangebied.

2.4.6 Welstandsnota Weesp

Op 27 mei 2010 is de Welstandsnota door de gemeenteraad herzien vastgesteld. In de welstandsnota wordt invulling gegeven aan de esthetische aspecten van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. De welstandsnota gaat daarbij vooral in op de architectonische aspecten van bouwwerken, zoals massa, vorm, kleur- en materiaalgebruik en detaillering. In stedenbouwkundige zin spreekt de welstandsnota zich uit over de uitstraling en ligging van de bebouwing in relatie tot de omgeving. Binnen de welstandsnota wordt bij bouwkundige ingrepen onderscheid gemaakt naar verschillende typen criteria: loketcriteria, objectcriteria en gebiedsgerichte criteria.

Het doel van de welstandsnota is gericht op het handhaven en versterken van een algemeen gewaardeerde woon-, werk- en leefomgeving, met een open oog voor veranderde omstandigheden en het onderkennen van nieuwe ontwikkelingen. Met het opstellen van een welstandsnota wordt verantwoording afgelegd over de aard, inhoud en maatschappelijke relevantie van de door de gemeente gekozen vorm en het ambitieniveau van het welstandstoezicht.

Voor Leeuwenveld is het welstandsbeleid gericht op het aansluiten bij de huidige woonbebouwing in Leeuwenveld I (2 en 3 bouwlagen, voor het grootste deel plat afgedakt en voor de rest voorzien van een lessenaarsdak) en de (nog te realiseren) woonbebouwing in Leeuwenveld II. Volstaan kan worden met het reguliere welstandsregime.

2.4.7 Beleidsvisie externe veiligheid

Het opstellen van deze visie is gebeurd in het kader van het Programma externe veiligheid 2006- 2010. Dit gezamenlijke programma van het Gewest, de Brandweer en de gemeenten van Gooi- en Vechtstreek is erop gericht de uitvoering van externe veiligheid op een adequaat niveau te brengen.

De visie gaat uit van het karakter van de regio Gooi-en Vechtstreek. Dat karakter is vooral dat de Gooi- en Vechtstreek een groen woongebied is, waar geen plaats is voor zware bedrijven met veel risico's. Deze beleidsvisie sluit daarbij aan door uit te gaan van de volgende uitgangspunten:

  • de nadruk ligt op het bieden van een veilige woonomgeving;
  • er moet ruimte zijn voor bedrijvigheid met en het vervoer van gevaarlijke stoffen;
  • de risico's moeten zoveel als mogelijk worden beperkt, afhankelijk van de functie van een gebied;
  • incidenten ten gevolge van activiteiten met gevaarlijke stoffen met een grote maatschappelijke ontwrichting tot gevolg vinden we niet acceptabel;
  • de aard van de bedrijvigheid en de risico's die dat met zich mee brengt moet passen in het karakter van de regio. Het vestigingsbeleid en het locatie beleid worden daarop aangepast.

Deze beleidsvisie maakt een onderscheid tussen bestaande en nieuwe activiteiten. Het Gewest Gooi- en Vechtstreek heeft er voor gekozen dit onderscheid te maken. Nieuwe activiteiten zullen moeten voldoen aan het beleid zoals dat in de visie is neergelegd. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat bedrijven met gevaarlijke sloffen die zich willen vestigen in de Gooi- en Vechtstreek dat alleen mogen doen op de bedrijventerreinen die als ontwikkelingsgebied zijn aangewezen. Echter, bestaande of reeds geprojecteerde situaties waarin niet wordt voldaan aan de ambities van deze visie worden niet gesaneerd. Het beleid voor bestaande situaties is erop gericht de gewenste situatie op termijn te bereiken, bijvoorbeeld door uit te gaan van het stand stille beginsel op de bedrijventerreinen die als beheersgebied zijn aan gewezen.

In het kader van het bestemmingsplan voor de woonwijk Leeuwenveld III en IV is een onderzoek externe veiligheid uitgevoerd. In paragraaf 5.9 wordt hier nader op ingegaan.

2.4.8 Beleidsnota hogere waarden Wet geluidhinder

Het doel van het beleid is het vaststellen van een transparant en consistent toetsingskader waaraan bij een hogere waarde procedure wordt getoetst.

De gemeente vindt een goed woonklimaat (waaronder zo min mogelijk geluidsoverlast) belangrijk voor haar inwoners. Daarnaast vindt de gemeente het belangrijk dat ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig belemmerd worden. Er moet dus een balans zijn tussen de bescherming van het goede woonklimaat en het kunnen doorgaan van ruimtelijke ontwikkelingen. Daarom verbindt de gemeente Weesp randvoorwaarden aan vast te stellen hogere waarden.

In het kader van het bestemmingsplan voor de woonwijk Leeuwenveld III en IV is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en getoetst of de geluidbelasting op de nieuwbouwwoningen voldoen aan de geldende geluidsnormen, danwel hogere waarden moeten worden aangevraagd. In paragraaf 5.9 wordt hier nader op ingegaan.

2.4.9 Afwijkingenbeleid van Weesp

Het beleid ten aanzien van afwijkingen is vastgesteld door de gemeenteraad op 21 december 2011. Hierin verwoordt de gemeente haar ambitie ten aanzien van afwijkingen. De gemeente Weesp wil het aantal ruimtelijke procedures beperken. Dat is klantvriendelijker en voorkomt een onnodige belasting van de ambtelijke capaciteit. Daarom is ervoor gekozen om zoveel mogelijk direct bij recht toe te staan en zo min mogelijk afwijkingsmogelijkheden, nadere eisen, en dergelijke op te nemen.

Dit betekent onder andere dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden die toegestaan zijn in het Afwijkingenbeleid van Weesp, zoals vastgesteld op 21 december 2010, direct toegestaan worden in het nieuwe bestemmingsplan. De gemeente heeft immers al te kennen gegeven mee te willen werken aan deze bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het gaat in het afwijkingenbeleid om:

  • a. bouwmogelijkheden:
    • 1. erfbebouwingsregeling voor woningen zowel binnen als buiten de bebouwde kom;
    • 2. kelders bij woningen;
    • 3. overig: erfafscheidingen, dakkapellen en dakterrassen;
  • b. gebruiksmogelijkheden: aan huis gebonden beroepen en bedrijven (bij woningen binnen de bebouwde kom).

In voorliggend bestemmingsplan zijn zo min mogelijk binnenplanse procedure mogelijkheden opgenomen om afwijkingen en dergelijke toe te kunnen staan. Alle bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn waar mogelijk bij recht toelaatbaar gesteld. De bouw- en gebruiksmogelijkheden in het Afwijkingenbeleid van Weesp zijn bij recht toegestaan.