direct naar inhoud van 2.2 Provinciaal beleid
Plan: Leeuwenveld III en IV
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01

2.2 Provinciaal beleid

2.2.1 Structuurvisie Noord-Holland 2040

Op 21 juni 2010 is de structuurvisie Noord-Holland 2040 'Kwaliteit door veelzijdigheid' vastgesteld. In deze structuurvisie is het beleid van de provincie Noord-Holland beschreven voor de periode tot en met het jaar 2040.

Visie

Noord-Holland is een mooie provincie om in te wonen, te werken en om te bezoeken. De provincie is veelzijdig met een aantal belangrijke economische motoren van Nederland, bruisende steden, natuurparken, het strand en open grasland vol weidevogels. Dit bijzondere karakter wil de provincie bewaken. Tegelijkertijd zijn er ontwikkelingen als globalisering, klimaatverandering en trends zoals vergrijzing en krimp die een grote ruimtelijke impact hebben. In de structuurvisie beschrijft de provincie hoe en op welke manier ze met deze ontwikkelingen en keuzes omgaat en er wordt geschetst hoe de provincie er in 2040 moet uitzien.

De provincie kiest ervoor vooral de bestaande kwaliteiten verder te ontwikkelen. Noord-Holland moet aantrekkelijk blijven in wat het is: een diverse, internationaal concurrerende regio, in contact met het water en uitgaande van de kracht van het landschap.

Voor het plangebied is het volgende van belang:

  • de provincie gaat voorzichtig om met uitleg buiten bestaande kernen, vanwege de bevolkingskrimp op langere termijn;
  • realiseren duurzame energie op eigen grondgebied ten behoeve van de CO2-reductie;
  • versterken waterkeringen en aanleggen van calamiteitenbergingen tegen wateroverlast.

Bestaand Bebouwd Gebied

Het plangebied is door de provincie grotendeels aangeduid als 'Transformatie gebied meervoudig', het oostelijke gedeelte van het plangebied is aangeduid als 'Bestaand Bebouwd Gebied'. De aanduiding als 'Transformatie gebied meervoudig' betekent dat de provincie mogelijkheden ziet voor bouwen buiten het Bestaande Bebouwd Gebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01_0004.jpg"

Figuur 2.2: Uitsnede plankaart structuurvisie Noord-Holland 2040

(zwart = bestaand bebouwd gebied, groen = veenriverenlandschap, arcering = transformatiegebied meervoudig, paars = bestaand bedrijventerrein, rode cirkel = verdichting rond OV-knooppunten)

2.2.2 Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie

Op 21 juni 2010 is de Provinciale ruimtelijke verordening structuurvisie (Prvs) vastgesteld.

Voor de doorwerking van het in de structuurvisie vastgelegde beleid staan de provincie,naast de bekende bestuurlijke middelen als subsidies, overleg, convenanten en dergelijke, diverse juridische instrumenten ter beschikking, zoals de Prvs.

De Prvs is het aangewezen instrument als het gaat om algemene regels omtrent de inhoud van gemeentelijke bestemmingsplannen of ruimtelijke onderbouwingen. Uiteraard moet altijd het provinciale belang de inzet van de verordening rechtvaardigen.

Voor nieuwe woningbouw in het landelijk gebied is ontheffing van de provincie Noord-Holland nodig. Voor nieuwe woningbouw in het transformatiegebied is geen ontheffing van de provincie nodig.

Zoals vermeld is Leeuwenveld 3 en 4 aangewezen als transformatiegebied – meervoudig -. Volgens artikel 13 lid 5 sub c is geen ontheffing vereist voor gebieden die onderdeel uitmaken van meervoudig transformatiegebieden. Dus voor het woningbouwproject is geen ontheffing vereist. Nut en noodzaak behoeft niet aangetoond te worden.

2.2.3 Gebiedsdocument Metropoolregio Amsterdam

De woningbouwambitie van de provincie voor de Metropoolregio Amsterdam is vastgelegd in het Gebiedsdocument Metropoolregio Amsterdam (9 april 2009). Uitgangspunt vormen de te maken verstedelijkingsafspraken met de Metropoolregio Amsterdam voor de periode 2010 -2020.

Voor het bouwen van de nieuwe woningen worden twee sporen gevolgd: een concentratie op de as Haarlemmermeer-Amsterdam-Almere-Lelystad en het verdichten van bestaand stedelijk gebied. Deze strategische keuze vergroot het draagvlak voor openbaar vervoer en grootstedelijke voorzieningen, terwijl tegelijkertijd de waardevolle landschappen in tact blijven.

Kwantitatieve woningbouwopgave

Voor de regio Gooi en Vecht, waar gemeente Weesp onderdeel van uitmaakt, is de woningbehoefte geraamd. Volgens de bestaande verstedelijkingsafspraken bedraagt de uitbreiding van de voorraad (nieuwbouw minus sloop) in Gooi en Vechtstreek tot 3.100 woningen en in de periode 2015-2019 1.800 woningen.

Gebleken is dat de beschikbare capaciteit in de Metropoolregio Amsterdam, zonder overigens rekening te houden met marktomstandigheden, voldoende is om de groei in de woningbehoefte te kunnen opvangen.

Kwalitatieve woningbouwopgave

Ten aanzien van de verdere verstedelijking tekenen zich twee grote opgaven af:

  • 1. Het transformeren van de voorraad na-oorlogse compacte wijken naar stedelijke woonmilieus;
  • 2. Ruimte voor het realiseren van de meer groenstedelijke en nieuwe woonmilieus. Voor het realiseren van deze opgave moet vooral gekeken worden naar uitleglocaties zoals de Westflank van de Haarlemmermeer, de Bloemendalerpolder en Almere. De capaciteit op van de Bloemendalerpolder is minimaal 2450 woningen.
2.2.4 Monitor woningbouw 2012 provincie Noord-Holland

De Monitor Woningbouw geeft jaarlijks de voortgang weer in de taakstellingen die gemeenten hebben om woningen te realiseren. Het geeft inzicht in het aantal woningen dat jaarlijks wordt gebouwd of gesloopt en de mogelijkheden die er zijn om binnenstedelijk te bouwen.

In de Monitor Woningbouw 2012 wordt geconstateerd dat in de regio Gooi & Vechtstreek voldoende plannen zijn voor de korte termijn. Op de lange termijn ontstaat een mogelijk tekort aan plancapaciteit. Kwalitatief heeft de regio te weinig plannen voor huur- en grondgebonden woningen. Het doel dat de Gooi & Vechtstreek voor zichzelf heeft gesteld in de RAP is een bruto nieuwbouwopgave van 7.370 woningen tot 2019, waarvan 3.340 tot 2015. Dit komt neer op 668 woningen bruto per jaar, uitgaande van een gelijkmatige fasering. De bruto groei ligt op schema met 726 woningen in 2010 en 575 in 2011.

2.2.5 Provinciale woonvisie 2010-2020

Op 25 mei 2010 is de provinciale woonvisie 'Goed wonen in Noord-Holland' door Gedeputeerde Staten vastgesteld. De doelstelling is dat in 2020 de inwoners van Noord-Holland beschikken over voldoende woningen met een passende kwaliteit en in een aantrekkelijk woonmilieu. De provincie wil dit bereiken door samen met de regio’s Regionale actieprogramma’s (RAP’s) te ontwikkelen met duidelijke afspraken over de regionale woningbouwprogramma’s en deze uit te voeren.

De speerpunten van het beleid zijn:

  • 1. Verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten, en specifiek voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning.
  • 2. Verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners.
  • 3. Verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving.