direct naar inhoud van Artikel 6 Woongebied
Plan: Leeuwenveld III en IV
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01

Artikel 6 Woongebied

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen als hoofdfunctie en ondergeschikt daaraan de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, zoals bedoeld in artikel 10.1;
  • b. waterpartijen en watergangen;
  • c. objecten voor beeldende kunst;
  • d. groen- en speelvoorzieningen;
  • e. pleinen;
  • f. parkeervoorzieningen;
  • g. toegangs- en (gebieds)ontsluitingswegen, verblijfsgebied en langzaamverkeersroutes;
  • h. geluidwerende voorzieningen;
  • i. nutsvoorzieningen.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Toegestane bebouwing

Op gronden met de bestemming 'Woongebied' zijn uitsluitend de volgende bouwwerken toegelaten:

  • a. woningen, die als hoofdgebouw worden aangemerkt;
  • b. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij woningen;
  • c. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen;
  • d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

6.2.2 Parkeren

Woningen mogen alleen worden gebouwd, indien uit de aanvraag om omgevingsvergunning blijkt dat voldoende parkeerruimte wordt gerealiseerd overeenkomstig de volgende parkeernormen:

  • a. dure woningen: 1,7 parkeerplaatsen per woning;
  • b. middeldure woningen: 1,5 parkeerplaats per woning;
  • c. goedkope woningen: 1,2 parkeerplaats per woning;
  • d. bezoekersparkeerplaatsen: 0,3 parkeerplaats per woning

met dien verstande dat:

  • e. parkeerplaatsen op eigen terrein onafhankelijk van elkaar moeten worden gebruikt;
  • f. garages niet meetellen als parkeerplaats.

6.2.3 Aantal woningen

Het aantal woningen mag niet meer dan 222 bedragen.

6.2.4 Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen ten behoeve van wonen gelden de volgende regels:

  • a. uitsluitend de volgende woningtypen mogen worden gebouwd:
    • 1. vrijstaand;
    • 2. twee-aaneen;
    • 3. aaneengebouwd;
    • 4. gestapeld;
  • b. de oppervlakte van het hoofdgebouw, inclusief aan- en uitbouwen, mag niet meer dan 60% van de oppervlakte van het bouwperceel bedragen, met dien verstande dat:
    • 1. bij patiowoningen de oppervlakte van het hoofdgebouw maximaal 90% van de oppervlakte van het bouwperceel mag bedragen;
    • 2. bij gestapelde woningen de oppervlakte van het hoofdgebouw maximaal 100% van de oppervlakte van het bouwperceel mag bedragen;
  • c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)';
  • d. hoofdgebouwen mogen naar keuze worden afgedekt met een plat dak of met een kap,
  • e. bij uitvoering met kap bedraagt de dakhelling van het hoofdgebouw tussen de 30 en de 60 graden.

6.2.5 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

  • a. een aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping mag op niet minder dan 3 m achter de voorgevel worden gebouwd;
  • b. het bij de woning aansluitende terrein mag voor niet meer dan 50% worden bebouwd waarvan de oppervlakte voor vrijstaande bijgebouwen en overkappingen gezamenlijk niet meer dan 30 m2 mag bedragen;
  • c. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3 m bedragen;
  • d. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen;
  • e. de goothoogte van een aan- en uitbouw mag niet meer dan 0,25 m boven de begane grondlaag van de woning waartegen wordt aangebouwd bedragen, met een maximum van 4 m;
  • f. de bouwhoogte van een aan- en uitbouw en vrijstaand bijgebouwen mag niet meer dan 5 m bedragen;
  • g. op een aan-of uitbouw en bijgebouw zijn geen dakkapellen toegestaan.

6.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de hoogte van erfafscheidingen mag voor de voorgevel niet meer dan 1 m bedragen;
  • b. de hoogte van erafscheidingen mag achter de voorgevel niet meer dan 2 m bedragen;
  • c. de hoogte van pergola's mag niet meer dan 2,25 bedragen;
  • d. in overige gevallen mag de hoogte niet meer dan 5 m bedragen.

6.2.7 Nutsvoorzieningen

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:

  • a. nutsvoorzieningen mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht;
  • b. de bouwhoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen;
  • c. de oppervlakte mag niet meer dan 15 m2 bedragen.

6.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.5 onder a en toestaan dat:

  • a. een bijgebouw voor de voorgevel van een hoofdgebouw wordt gebouwd, mits:
    • 1. het bijgebouw in gebruik wordt genomen als schuur/bergruimte;
    • 2. situering van het bijgebouw conform het bepaalde in 6.2.5 onder a tot gevolg heeft dat het bijgebouw vanaf openbaar gebied niet bereikbaar is, hetgeen gelet op de beoogde functie als schuur/bergruimte niet gewenst is;
    • 3. de afstand van het bijgebouw tot openbaar gebied ten minste 1 m bedraagt;
    • 4. de breedte van het bijgebouw niet meer dan de helft van de breedte van het hoofdgebouw bedraagt;
    • 5. wordt voldaan aan het bepaalde in 6.2.5 onder b tot en met e.
  • b. een overkapping aan de voorgevel wordt gebouwd, mits:
    • 1. de overkapping in gebruik wordt genomen als carport;
    • 2. situering van de overkapping conform het bepaalde in 6.2.5 onder a tot gevolg heeft dat de overkapping vanaf de openbare weg niet bereibaar is, hetgeen gelet op de beoogde functie als carport niet gewenst is;
    • 3. de afstand van het bijgebouw tot openbaar gebied ten minste 1 m bedraagt;
    • 4. de breedte van de overkappping niet meer dan de helft van de breedte van het hoofdgebouw bedraagt;
    • 5. de hoogte niet meer dan 3 meter bedraagt;
    • 6. de oppervlakte niet meer dan 20 m2 bedraagt.

6.4 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van:

  • a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van:
    • 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    • 2. de verkeersveiligheid;
    • 3. de sociale veiligheid;
    • 4. de brandveiligheid;
    • 5. de milieusituatie;
    • 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
    • 7. parkeergelegenheid op eigen terrein.
  • b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen, speel- en groenvoorzieningen en pleinen.

6.5 Specifieke gebruiksregels
6.5.1 Strijdig gebruik

Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming wordt in elk geval gerekend:

  • a. het gebruik van (vrijstaande) bijgebouwen, als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte;
  • b. het gebruik van een woning voor de huisvesting van personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur};
  • c. de uitoefening van enige tak van handel, nijverheid of dienstverlening daaronder begrepen detailhandel, ambachtelijk of industrieel bedrijf,
  • d. het gebruik van gronden en bouwwerken als geluidshinderlijke inrichting of risicovolle inrichting;
  • e. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;
  • f. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;
  • g. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;
  • h. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens;
  • i. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoren of zelfstandige kantoorruimten.

6.5.2 Waarborg waterkwantiteit
  • a. Het dempen en/of verplaatsen van bestaande watergangen ten behoeve van de realisatie van de bestemming 'Woongebied' is uitsluitend toegestaan, indien en voorzover daardoor de bestaande hoeveelheid oppervlaktewater in ieder geval gelijk blijft, danwel toeneemt,
  • b. Bij de aanleg van extra oppervlakteverharding ten behoeve van de realisatie van de bestemming 'Woongebied' bedraagt de watercompensatie tenminste 10% van het te verharden oppervlak;
  • c. het bepaalde onder b is niet van toepassing indien de toename van het verhard oppervlak minder dan 500 m2 bedraagt, tenzij sprake is van meerdere te ontwikkelen min of meer aaneen- gesloten bouwplannen die bij elkaar groter zijn dan 500 m2.