direct naar inhoud van Artikel 3 Verkeer
Plan: Leeuwenveld III en IV
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0457.BP01HZ04SG-vo01

Artikel 3 Verkeer

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. verkeersdoeleinden, zoals wegen, fiets- en voetpaden, bermen, sloten, bruggen, tunnels, straatmeubilair en andere verkeersvoorzieningen;
  • b. met de daarbijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, verhardingen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige doeleinden.

3.2 Bouwregels

Op of in de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend gebouwen in de vorm van nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de in dat lid genoemde bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:

3.2.1 Gebouwen
  • a. de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en gebouwen ten behoeve van openbaar vervoer niet meer dan 15 m² mag zijn;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en gebouwen ten behoeve van openbaar vervoer niet meer dan 3,5 meter mag zijn.

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen;
  • b. 5 m voor de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.3 Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Strijdig gebruik

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden ten behoeve van een verkooppunt van motorbrandstoffen.

3.3.2 Waarborgen waterkwantiteit
  • a. Het dempen en/of verplaatsen van bestaande watergangen ten behoeve van de realisatie van de bestemming 'Verkeer' is uitsluitend toegestaan, indien en voorzover daardoor de bestaande hoeveelheid oppervlaktewater in ieder geval gelijk blijft, danwel toeneemt,
  • b. Bij de aanleg van extra oppervlakteverharding ten behoeve van de realisatie van de bestemming 'Verkeer' bedraagt de watercompensatie tenminste 10% van het te verharden oppervlak;
  • c. het bepaalde onder b is niet van toepassing indien de toename van het verhard oppervlak minder dan 500 m2 bedraagt, tenzij sprake is van meerdere te ontwikkelen min of meer aaneen- gesloten bouwplannen die bij elkaar groter zijn dan 500 m2.